Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK III.

Gebruik van de starisbezittingen in laml en water.

De Weide.

Over het gebruik van de gemeene weide behoeft niet meer uitvoerig gesproken te worden. Het aantal beesten, dat erop geslagen worden mocht, hing natuurlijk af van de beschikbare hoeveelheid land en van de qualiteit van den bodem en, zou men bijna zeggen, ook van den aard der stad. Het geeft ons tenminste geen hoog denkbeeld van het aanzien van Bronkhorst, dat daar niet anders dan varkens en ganzen in de weide gejaagd mochten worden '). Waar de omgeving slechts uit onvruchtbaren bodem bestond, werden alleen schapen geweid, en soms in vrij grooten getale; in Rijsen gaf een markeaandeel, een „waar", recht om 50 schapen in het gemeene land te brengen 2). In kleine stadjes, als Harderwijk en Hasselt, mocht ieder gerechtigde drie koeien opslaan op de weide 3), maar in plaatsen met uitgestrekte landerijen, zooals Kampen en Deventer kon men een geheelen veestapel van stadswege laten onderhouden; in Kampen minstens negen koeien en vier varkens 4).

De weidebepalingen hebben in 't algemeen groote overeenkomst. Een verbod, dat in bijna alle voorkomt is, dat niemand zijn eigen aandeel door een ander mocht laten gebruiken: het weiderecht was niet overdraagbaar 5).

Tevens moesten de weiden strekken om den burgers de dage-

1) Nijhoffs Bijdragen, Eerste Reeks, dl. 6, blz. 43.

2) Stadr. van Rijsen, art. 29. blz. 10.

3) Rechtsbronnen v. Harderwijk, blz. 56; Stadr. v. Hasselt, art. 20, blz. 50.

4) Guldenboeok, blz. 178 vlgg. ; Deventer: Oudste Stadb., ed. Van Vloten, blz. 170 vlg.

5) Kampen: Digestum Vetus, blz. 48; Elburg: Van Meurs, blz. 86; Steenwijk : Meesters. De Steenwijker Meenthe, blz. 94; Genemuiden: Racer, Gedenkst., VI, blz. 88 ; Harderwijk en Deventer up de genoemde plaatsen etc.

Sluiten