Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lijksche zorgen voor liet bestaan te verlichten, niet om welgestelden gratis een voordeeltje te verschaffen. Slechts melkvee werd toegelaten, guste koeien werden geweerd1), zoodat vetweiderij uitgesloten was.

Paarden, die op de gemeene weide gingen, moesten in Deventer minstens 24 Arnhemsche guldens kosten, in Naarden bereden kunnen worden en boven een zeker minimum waard wezen, in Zwolle in tijd van nood ten dienste van de stad kunnen staan. Deze bepalingen hebben alle dezelfde strekking, nl. dat bij oorlogsgevaar goede paarden ter beschikking van de stad zouden staan 2).

Varkens weidden ook op de stadsweide, doch, wat zich laat begrijpen, of op een bepaald gedeelte, of van een ring voorzien 3).

Omtrent de ganzen luidde het voorschrift, dat ze gekortwiekt moesten zijn, opdat zij niet zouden overvliegen naar landerijen, waar ze in de veldvruchten kwaad zouden kunnen aanrichten 4).

Tuinen.

Behalve voor de veeteelt werd een deel van het laild om de stad gebezigd tot tuinen. Reeds in de middeleeuwen ontving een deel van den omtrek bij sommige steden daarnaar den naam van De Hoven. \Vat soort van tuinen dit waren, duiden de namen, „horti caulium, coelhoven, coelgaerden", reeds voldoende aan. Op verscheidene plaatsen worden zij vermeld in een vorm, die de gedachte opwekt, dat zij aan warmoeziers werden verpacht. Zoo bijv. in Kampen, waar er in 1472 twaalf worden verhuurd voor het vrij hooge bedrag van 33 "ffi 5). In Deventer is het aantal daarentegen groot en de huursom laag. De oudste stadsrekeningen spreken er bijna niet van: in 13G0 waren er slechts vier en in de beide volgende jaren maar twee, waarvan de stad iets trok. Daarna ver-

1) Kampen: Guldenboeck. blz. 178-, Hasselt, Stadr., blz. 49; Ommen, Stadr., blz. 57, en verder de Overijselsche Stadregten ter plaatse; Handv. v. Weesp, Muyden en Naerden, blz. 39. In Harderwijk mocht één van de drie koeien gust zijn : 1.1. In Zutphen alle wel, wanneer men ze maar op zijn eigen waar opsloeg (dit was hier anders niet bepaald vereisoht): Sloet's Tijdschrift, XVII, blz. 130.

2) Vgl. de geciteerde plaatsen.

3) Deventer: Cameraarsrek., III1, blz. 151, V, blz. 31. (Anders wordt in de rekeningen opvallend weinig van varkens gesproken); Dumbar, Deventer, I, blz. 25, (vgl. noot 5); Kampen: Guldenb., blz. 180; Steenwijk (een aparte varkensweide 1562): Meesters, Steenwjjker Meenthe, blz. 98 ; Gcnemuiden: Racer, Gedenkstukken, VI, blz. 89 vlg.: Een ongeren met vareken mach men scutten etc., lees: ongerenget = ongeringd; Utrecht: Muller, Regesten, 770, blz. 137: De „zogecuyle" in der stad lage weide; Renen: Rechtsbr. der kleine steden v. h. Nederst., I, blz. 409 (1546); Naarden: Handv. v. "Weesp etc., blz. 50.

4) Kampen: Digestum vetus, blz. 20; Rijsen: Stadboek, blz. 11 vlg.

5) Pachtlappen van dat jaar in het stedelijk Archief. Reeds genoemd in 1331 : Boeok van Rechten, art. 41, blz. 17. In Utrecht een stadskoolhof in 1348: Muller, Regesten, 247, blz. 45.

Sluiten