is toegevoegd aan uw favorieten.

Stadsbezit in grond en water gedurende de middeleeuwen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

is, deze in het eerste jaar ruim 10 °/0, in het laatste slechts ruim 1 °/0 van alle ontvangsten vereischt. In de Hollandsche steden, waar de burgers eene dergelijke toelage ontvingen, schijnen in den tijd der Informacie de huizen reeds grootendeels van steenen materiaal gebouwd te zijn geweest, zoodat de uitgave voor hard dak in gewone tijden niet meer van gewicht was. In Rotterdam beloopt de jaarlijks daarvoor uitgetrokken som nog ongeveer 12/3 "/„ van de „ordinarise" lasten, in Leiden l'/4 °/0» in Dordrecht nog geen 1 °/0; alleen in Gouda is zij ruim 3 °/0, maar daar waren juist twee jaar geleden een honderdtal huizen afgebrand en de keur op de daken hernieuwd ').

Nu hadden deze bouwverordeningen groote kans een doode letter te blijven, als de gelegenheid ontbrak zich de vereischte bouwstoffen aan te schaffen. Dit bracht de regeering veler steden ertoe, de levering van pannen en steenen tot een voorwerp van hare zorgen en ook voor deze behoefte der burgerij zich van anderen onafhankelijk te maken. Oudewater had reeds in 1384 het grafelijke ticlielwerk aan zich gebracht2); in Gouda kon de magistraat al in 14CM> zelf een steenplaats aan den IJseldijk verhuren 3). Rotterdam had in het begin der 15ie eeuw de steenovens zoo niet in zijn bezit4), dan toch reeds zoo goed in zijn macht, dat het daarvan belasting kon heffen5). Overigens waren de Hollandsche steden met haar klein gebied buiten de muren niet in gunstige omstandigheden om zelf onmiddellijkeu invloed te oefenen op de steenfabricage, of ze moesten er opzettelijk land voor koopen, zooals misschien Leiden deed 6). Evenmin de Zeeuwsche steden. Middelburg had omstreeks 1365 een stukje grond van 3/4 geniet gehuurd, waarvan het steenen liet bakken, maar dat niet lang toegereikt schijnt te hebben 7). Utrecht met zijne groote stadsweide had wel een ticlielwerk, waarvan het in 1390 aan het kapittel van St. Marie, het St. Servatiusklooster en een privaat persoon jaarrenten betalen

1) Inform. blz. 463, "239, 514. Voor Gouda, blz. 376 vlg. en 384. Geertruidenberg (blz. 523) zou ook een hoog peroent geven, maar dat had een klein budget door zijne verhouding tot Dordrecht.

2) Rek. der Graf. van Holland, ed. Hamaker, l, blz. 220 (Verolaringo van 1334).

3) De Lange van Wjjng., II, blz. 423 vlg. Voor het onderhoud van den ijseldjjk en 10.000 steenen.

4) Koinen niet voor in het register van de stadsgoederen van 1476—1477 (Rek. v. Rott., 407—410).

5) Het heft namelijk „asijnse van den steenoven'', die opbrengt in 1425 26 21 4£, in 142627 51 « 2 0 Holl.: Rott. Historiebl., Afd. Gesch. stukken, I, blz. 387,389—392.

6) Het betaalde tenminste volgens de Informacie erfpacht van een „oleypoer': blz. 239.

7) Stadsrekeningen v. Middelburg, ed. H. M. Kesteloo van Zeeuwsch Genootschap, blz. 225 (vgl. evenwel blz. 178). Slechts de eerste rekeningen van 1364 vermelden daarvan iets. Bij Tolen was in 1405 eene grafelijke „tichelrye : Van Mieris, IV, blz. 15.