Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

stad niet een overdreven sociale politiek was, wanneer zij de molens zocht te „verstedelijken", maar dat deze onder haar beheer, niet in leen of erftijns gegeven, maar op korten termijn verpacht of in eigen exploitatie genomen, zeer voordeelige bezittingen werden').

Wenden wij ons nu weer naar de Nederlandsche steden, dan vinden wij bijna nergens een zoo duidelijk uitgesproken begeerte en een zoo stelselmatig in het werk gesteld streven naar het bezit iler molens.

Wat Holland betreft, mag de strijd om de molens niet eene plaats vinden in eene beschouwing over het water, want in een groot deel ervan, waarschijnlijk in bijna het geheele land ten N. van het Y zullen de molens wel reeds vroeg door den wind in beweging gebracht zijn. Aan de dorpen, waar de graaf daar molens had, werden deze in 1344 verkochtr) en uit eene oorkonde omtrent die verkooping bij Van Mieris blijkt, dat het windmolens waren; het waren namelijk „male" en „wint", die hij aan hen overgaf. Dat overigens de wind noch die molens in de steden tot een geschilpunt met den heer behoefden te worden, blijkt uit het wijsdom, dat Alkmaar, welks stadsrecht het model voor de andere WestFriesche steden was3), in 4434 aan de nieuwbakken stad Tessel gaf, n.1. dat „een yegelyck poorter, diet doen wille ende vermach, molen mach doen timmeren ende daerop malen of doen malen binnen onser vryheyt sonder yemand des te vragen of daeromme te versoucken" *). In het overige Holland bezat de graaf in de veertiende eeuw volgens de Rekeningen van Hamaker molens, waaronder misschien watermolens in de steden Amsterdam, Rotterdam, en Oudewater 5).

Rijke bezittingen waren de molens in 't algemeen hier niet. In Amsterdam zijn ze op het einde der I5lle eeuw zoo goed als ondergegaan; van de drie is er nog maar één over, die uiterst weinig oplevert en waarvan achtereenvolgens drie pachters met de noorderzon vertrekken; men kan er nog maar een huurder voor vinden tegen 2 M. 10 3 jaarlijks, niet meer dan een vijfde der toch al niet liooge vroegere pachtsom. Het molenbedrijf was blijkbaar beter aan particulieren toevertrouwd, die nu windmolens op eigen

1) Slechts in Hamburg, waar het molenbedrijf als een afzonderlijke tak van beheer onder de „Mühlherren" geplaatst was, gaven do molens vaker een tekort dan een overschot. Dit laatste verdwijnt sedert 1470 geheel uit de rekeningen, „propter penuriam et defectum quera molendina paciuntur": Kammereirechnungen, III, S. 6; Einl. S. LXVI ff.

2) Die verkoop: Hamaker Rek. der Graf. Holl., II, blz. '277. Verder Yau Mieris, II, blz. 681.

3) Zelf had het het recht van Haarlem.

4) Van Mieris, IV, blz. 1038.

5) In de stad 's-Gravenzande waren waarschijnlijk slechts windmolens; de molens en de wind werden in 1349 aan schepenen en poorters aldaar voor 35 tl' Holl. in erfpacht gegeven: Van Mieris, II, blz. 217.

Sluiten