Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

grond bouwden en den graaf een recognitie voor den wind betaalden '). In Rotterdam bracht een grafelijke molen in 1334 nog 24'/» M. op, maar van 1343 op '44 betaalde hij niet. Ook hier moest de graaf het veld ruimen voor de burgers *). In 1352 doet hij al zijne molens aan de stad over en geeft haar den wind en het recht zooveel er bij te zetten, als zij willen, voor 28 M.3). De Oudewatersche molen was in 1334 voor drie jaar aan de stad zelve verhuurd, maar in 1344 heeft men er een tijd lang geen pachter voor kunnen vinden 4). In 1405 mag de stad echter zelf een windmolen bouwen en den wind van den graaf daarvoor gebruiken 5).

In Holland dus geen strijd over de molens; zonder schokken glijdt het gemaal uit de handen van den graaf, die zich alleen tevreden stelt met de betaling van zijn recht op den wind

In Zeeland was de landsheer in dat opzicht beter voorzien. In Zierikzee had hij in 1318 twee watermolens, later één, in Middelburg en Reimerswaal één en in de laatste plaats bovendien twee windmolens. De beide krachtige steden, die ik hier eerst genoemd heb, waren evenwel zelf huursters van de watermolens ') en ook Reimerswaal nam deze grafelijke inrichtingen (met andere onroerende goederen en accijnsen) in 1387 in pacht voor eene som ineens en eene jaarlijksche betaling.

In Gelre vindt men even weinig opvallends, zelfs niet een algemeen molenrecht van den graaf. Reeds in 1230 heeft Doetichem

1) Ter Gouw, I, blz. 356—358, III, blz. 238. Voor oen tijd vervreemd in 1410: Van Mieris, IV, blz. 155.

2) Hamaker, Hek. Holl., I, blz. 207—210; II, blz. 29.

3) De stad krijgt van Willem IV „onse windmolenen en molen'' (dit is zeker een watermolen). Van de windmolens is in de rekeningen anders niet sprake: Van Mieris, II, blz. 815.

4) Hamaker: Rek. Holl. II, blz 33. In het volgende jaar weer verhuurd: Ib., II, blz. 136.

5) Van Mieris, IV, blz. 7.

6) Deze werd nog wel eens verdeeld, al hoe weinig men dit zou denken van een zoo weinig tastbaar iets. Haarlem krijgt in 1395 „den molenwint aen die zuytzide" van de stad tot Heemstede, tusschen het Spaarne en den Vreetsloet: Ib., III, blz. 624.

7) Van Zierikzee in 1322 voor 10 tf gr. Koningstourn, d. i. 160 der ponden, waarin de grafrekeningen opgemaakt zijn, n.1. gewone tourn.: Van Mieris II, blz. 249; Hamaker, Rek. Zeel., II, blz. 47, 48, 65, 244. Dat er in 1318 twee waren : Ib., I, blz. 103. Middelburg betaalt maar 50 tf tourn.: Ib., I, blz. 48, 51, H2, 216, 436; II, blz. 179; Cod. Dipl. 1853, I, blz. 70. Te Reimerswaal wordt de watermolen tot 1331 verhuurd voor 80 'tl', in 1331 voor 78 tl', de windmolens tot 1331 voor 68 tf en 85 'ik', daarna 74 Hl' en 85 'tf; in 1340 bedroegen de pachtsommen van watermolen en windmolens resp. 95 tf, 70 tf en 82 tf: Ham. Rek. Zeel., I, blz. 217,438; II, blz. 180 vlg. De kosten van onderhoud en ook de schade van gedwongen stilstand (door ongunstigen of zwakken wind) kwamen voor rekening van den graaf: Ib., I, blz. 147. II, 181. Zelf had de plaats al een molen gekocht van de ambachtsheeren: Van den Bergh, II, 826, 827. De koop van 1387: Van Mieris III, blz. 460 vlg.

Sluiten