Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

erven is in de wijk Ten Brinke zeer toegenomen, in de wijk Ten Noordenberg niet, evenzoo het aantal bogen. Deze vermeerdering is alleen van de eerste jaren. Later blijven de sommen ongeveer op hare oude hoogte. De erven (in 1337 34, in 1366 49) schijnen maar kleine oppervlakte gehad te hebben.

Kampen.

De „Pachtlappe" van 1472 (in het archief der stad), vermeldt onder „tinsen" renten uit 2 molenbergen, 3 erven en 5 huizen, de stadsrekeningen (Ib.) van 1522 en 1523 onder „tijns" renten uit 18 „raemsteden" (in de „Pachtlappe' ook 18, maar onder een ander hoofd geplaatst) en uit 1 molen, 2 erven en 3 huizen. Laag bedrag.

Utrecht.

De Stadsrekening 1380 (uitg. v. Jhr. Mr. A. M. C. v. Asch v. Wiick (od. Dipl. Xeerl. 1853, I, blz. 77 vlgg.) noemt geen stadserven. Dat dé stad er evenwel had moet men opmaken uit de boven blz. 27 aangehaalde keur. Of de stad huizen bezat? Publieke gebouwen maakte ze in een enkel geval niet tot haar eigendom. In 1473 koopt ze het Keizerrijk, een groot huis naast de Waag, dat als wanthuis wordt ingericht. In 1479 verkoopt ze het weer en neemt het nu zelf in erfpacht (Muller, Oude Huizen in Utr., blz. 19, noot 8). Voor iets dergelijks vgl. Muller, Regesten blz. 40 vlg., nos. 216, 220, 221. '

Leiden.

Informacie 1514, blz. 237 vermeldt als stadseigendom „eenighe cleyne cameren", geen erven.

Delft.

Ib., blz. 326: „De stede toornen poorten ende huysen" jaarlijks 40 <ffi

Totaal der inkomsten 38,310 «B 14 0 9 i. Erven worden niet bepaaldelijk genoemd. J

Rotterdam.

Ib., blz. 460: „Zeeckere erfpachten" jaarlijks 116 <8 10 (J. Totaal der inkomsten 13,830 « 14 <3 3 <?. In 1384 had de stad van den graaf in erfpacht genomen het Westnieuwland voor 6 oude schilden (Beschrijvinge van de beginselen van Rotterdam in de Bronnen v. d. Gesch. v. Rott. II, blz. 178, 184, Van Mieris III, blz. 408. Ze heeft het in pand gekregen in 1402. De opbrengst werd geschat op 20 <ffi jaarlijks en ze mocht het na afloop van de nog loopende pacht aan andere huurders geven

(Van Mieris, III, blz. 763). In het register der stadsgoederen van 1476

1477 (Oudste Rekeningen van Rotterdam, blz. 407—410) komt geen huur van het Westnieuwland voor, wel van enkele andere perceeltjes van „der stede lant", maar die niet als bouwterrein, hoofdzakelijk als weidegrond dienden.

Sluiten