Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

[In de Betouw, J.] De Operculis pyxidum M. Ulpii Heracletis, myropolae, prope Neomagum inventis. Neom. 1787. XV. Kal. Decembris. 8°.

[ ] Vertaaling en korte uitlegging van de

opschriften op altaaren en gedenksteenen der Romeinen, binnen en omtrent Nijmegen uitgegraven, en op het raadhuis aldaar geplaatst. Nijm. 1787, 8".

Iets betreffende de gevondene oudheden op de Winseling, Lennepe-Kamer en den Roomschen Voet, benevens eene vertaling en uitlegging van een grafsteen van P. Cornelius Licinius, bij het ontblooten der grondslagen van den Burgt ontdekt, Nijm. 1802, 8".

Opgravingen in de Holle Doorn. Kunst- en Letterbode, Decemb. 1808.

Op bevel van Koning Lodewijk en onder leiding van In de Betouw.

|In de Betouw, J.] Romeinsche overblijfselen opgedolven in den omtrek van Nijmegen door Italiaansche en Fransche oudheidkundigen beoordeeld. Nijm. 1819. 8".

Catalogue du cabinet de medailles antiques et modernes, ainsi que de quelques pierres gravées et antiquités délaissés par Mr. Johannes in de Betouw J. U. D. décédé a Nimègue le 11 Nov. 1820. Dont la vente publique et volontaire se fera a Nimègue, le 30 Sept, 1822 et jours suivants. Amst. 1822, 8°.

Schevichaven, D. H. J. van, Zilveren kommetjes bij Nijmegen gevonden. Vriend des Vaderlands, D. IV.

De Romeinsche oudheden van Nijmegen en den naasten omstreek. Westendorp en Reuvens Antiquiteiten. D II, 1.

Romeinsche opgravingen bij het fort Krayenhoff. P. G. N. C. 16 Sept. 1834.

De fundamenten van twee zijden van een rechthoekig gebouw; de

eene zijde lang omtr. 90, de andere 60 el. Men beschouwde het als

overblijfselen van thermae.

Een Steenen kist te Nijmegen gevonden. Kunst- en Letterbode, 1840.

Lemans, C. Romeinsche steenen doodkisten, bij Nijmegen in den zomer van 1840 opgedolven, en thans met de daarin

Sluiten