Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het eenigc mij bekende exemplaar van dit dichtwerkje berust in de bibl. van het British Museum, te Londen. Het is opgedragen aan de //Nieumeegsche Jonckvrouwen", die van Haps aanspreekt als «sinnelycke Nieumeegsche nimphjes". Met den «maeghdenkrans" schijnt bedoeld te zijn de »rey van Nieu-meegsche harders en harderinnen", welke, op bl. 22, op het Kalverbosch zingend worden voorgesteld. Aan het einde van het gedicht vindt men : //Nieu-meegsche danckbaerlieyt tegens den hooch-geleerden, wijt beroemden Johannes Smith [Smetius] bedienaer des goddelycken VVoordts tot Nymeghen", benevens een andere ontboezeming ten opschrift voerende: //De Stadt spreckende".

Smetius, J. Carmen in Noviomagum, urbem olim Batavorum, hodie Gelrorum primariam.

Achter zijn Chronyck bl. 1R8 met vertaling door zijn zoon, en in In de Betouws uitgave van dit werk, bl. '281, met vertaling van E. J. B. Schonck, blz. 293.

Selonius, W. Lofdicht op de vryheyd van Nymegen.

Dit geschrift is mij alleen bekend uit een aanhaling in Arkstée's Oude hoofdst. der Batav. 1732, bl. 19; 1788, bl. 18. — Selonius werd aangesteld tot rector der Latijnsche school in 1698.

Schonck, J. Oratio in laudem Noviomagi, publice habita quinto ld. Febr. MDCCLXXXVII, Cum amplissimorum gymn. Noviom. curatorum decreto, ad lectiones publicas promoveretur. Noviom. MDCCLXXXVII. 4".

Met de Nederl. vertaling er tegenover.

Wittichius, C. Gibea Gelrica, seu oratio qua convenientia inter Gibeam Benjaminis et Neomagum demonstratur, habita Neomagi, a prof. Wittichio. Noviom 1655, 4°.

Christophorus Wittichius werd in 1654 uit Duisburg beroepen tot hoogleeraar in de godgeleerdheid aan de Nijm. Illustre School.

Zes gezigtcn der stad Nijmegen, met een korte beschrijving der gezigten, als le. het Stadhuis, 2C. de Groote of St. Stephanuskerk, 3". de Belvedere, 4". de kade aan de rivier de Waal en de Kraan, 5e. de Heidensche Kapel op het Valkhof, en 6 . De ruïne op dezelfde wandelplaats. Nijm. 1834.

Deze thans zeldzame uitgave werd aldus aangekondigd door den uitgever C. A. Vieweg, in de Nijm. Courant van 9 April 1834, „in een netten omslag met het wapen der stad". De zes plaatjes, goede lithographietjes, hangen, zonder text, in de leeszaal der GemeenteBibliotheek.

Sluiten