Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Schevichaven, H. D. J. van, Nymegens Weerbaarheid in de Middeleeuwen. Penschetsen D. II.

Een brokje onderaardsch Nijmegen. (Overblijfselen van een poort, enz. op de Houtmarkt, opgegraven P. G. N. C. 15 Oct. 1898.

Brugghen, J. J. L. van der, Iets over Nijmegen als vesting. Nijm. 1852, 8".

Troostrede aan het oude Nijmegen. Nijm. 1881, 8°.

Verzoekschrift om ontheffing der vesting, ingediend aan Z. M. den Koning, aangeboden aan de Tweede Kamer der Staten Generaal, April 1852.

Ingezonden stuk tegen het indienen van bovenstaand verzoekschrift, 14 April 1852.

Opgesteld door Mr. W. Francken NGz.

Tweede verzoekschrift aan Z. M. den Koning, om opheffing enz. 26 Juli 1856.

Heydenrijck, C. J. A. Nijmegen als vesting of bruggenhoofd; uitbreiding der stad. 'sGravenhage 1867, 8°.

Stieltjes, F. J. De noodzakelijkheid van de slooping der vestingwerken van Nijmegen nader aangetoond. 'sGravenh. 1868, 8".

- — Is het slechten der vestingwerken van Nijme¬

gen in het belang van 's Lands verdediging noodig? Toestemmend beantwoord. Nijm. 1868, 8°.

Adres aan de Tweede Kamer der Staten Generaal. Betoog der noodzakelijkheid van de slooping der vestingwerken. Nijmeeg. Nieuwsb. 12 Juni 1863.

Stieltjes en onze vesting. Nijmeeg. Nieuwsb. 16 Juni 1868.

Instemming met het adres van Stieltjes.

Voorduijn, A. J. Moeten de vestingwerken van Nijmegen tot een bruggenhoofd uitgebreid, of gesloopt worden? Milit. Spectator 1869.

Henckel, J. C. C. Een woord van pas. Gedachten over de versterking van Nijmegen. Nijin. 1870, 8".

Vox Populi, De Onverantwoordelijkheid van het behoud der vestingwerken van Nijmegen. 'sGravenh. 1870, 8".

Adres aan de Tweede Kamer, betr. de slooping enz. Decemb. 1872.

Dit adres werd door 1431 personen onderteekend.

Sluiten