is toegevoegd aan uw favorieten.

Het vasten bij Israël

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

sporen zijn aan te wijzen, dat zij kennis hebben gedragen van een vasten na een sterfgeval. Omgekeerd zal er wel een zeer deugdelijke reden zijn voor het feit, dat alleen de in cultuur hooger staande volkeren het vasten kennen als verdienstelijk werk. als kwelling van het lichaam. Bij de verklaring van het vastengebruik mogen wij ons dus allerminst laten leiden door het beginsel, dat voor alle gevallen één uitlegging moet worden gevonden. Toch zijn wij overtuigd, dat het hier en elders vóórkomende vasten één en hetzelfde verschijnsel is. zoodat alleen de aanvaarding van de mogelijkheid eener ontwikkeling van de vastengewoonte hier kan voldoen.

Om nu ook tot een dergelijke beschouwing in staat te zijn, is het vóór alles noodig, dat verklaard wordt, welke de oorspronkelijke zin van het vasten is geweest.

Na het bovenstaande is het niet te verwonderen, dat de gevallen, waarin van vasten gesproken wordt bij de zgn. cultuurvolken, ons tot opheldering weinig licht kunnen brengen. Wanneer wij van de onderstelling uitgaan, dat de cultuurvolken een ontwikkeling achter zich hebben, aan het begin waarvan thans de zgn. natuurvolken staan, !) dan is het op zijn best mogelijk, dat zich van die oorspronkelijke beteekenis van het vasten slechts sporen laten aanwijzen bij de hooger ontwikkelde volken. Het is dan ook zeer natuurlijk, dat de meeste verklaringen die van het vasten gegeven zijn, en die wij in de volgende § zullen mededeelen,

') Die Ausgrabungen aus prahistorischer Zeit auf dem Boden lieutiger Kulturvölker sowie die Schlüsse, die wir auf Grand vergleichenden folkloristischen Studiums machen künnen, zeigen eine teilweise so überraschende Übereinstimmung der Anfangsstadien menschlichen Lebens mit den Eormen des Lebens der heutigen Wilden, dasz die Annahme als berechtigt erscheint, dasz uns das religiöse Leben dieser die Religion der Anfangszeit menschlichen Lebens in ihren Formen am besten wiederspiegelt," W. Bousset, Wesen der Religion Halle, 1904, S 28 fe

2