Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

laatste opmerking vloeit ongetwijfeld voort uit de hoogs) plastische wijze, waarop Frazer de machtsuitoefening, het werken van den in het sterfhuis rondwarenden doodengeest heeft uitgewerkt. Inderdaad denkt zich de natuurmensch liet geestelijke op zeer voorwerpelijke, d. i. materiëele wijze, even goed als hij omgekeerd de natuur vergeestelijkt. Zoo bestaat ook niet hot minste bezwaar, Frazer s voorstelling te aanvaarden, dal na een sterfgeval de nabestaanden zich van het aanwezige voedsel onthielden, omdat zij vreesden, dat in of aan die spijs do doodengeest kon aanwezig zijn. en zoo in het lichaam kon worden opgenomen.

Aan den anderen kant evenwel is deze vastentheorie aan twee zijden onvolledig. Eerstens verklaart zij sleehts hot doodenvasten, zoodat geen acht geslagen is op het o. a. door Tylor behandelde vasten, waar de door Frazer gegeven verklaring allerminst toepasselijk zal blijken. En ook al is liet, dat voor elke kategorie gevallen van vasten een afzonderlijke uitlegging moet worden aanvaard, dan nog dient het verband of de verhouding van die twee soorten vasten te worden uiteengezet. Ook de onthouding bij geboorte, bij het intreden der puberteit, bij hot vieren van godsdienstige feesten, enz. wordt noch door Frazer besproken, noch door zijn theorie verklaard.

Anderdeels is ook de verklaring van het doodenvasten onvolledig. Wanneer men Frazer"s uitleg toetst aan de door ons gemaakte onderscheiding van oorspronkelijke reden en oorsprong van het (dooden)vasten, dan is gemakkelijk in te zien, dat Frazer in eerstbedoelden zin het vasten verklaart: waarmede gezegd wordt, dat hij verzuimd heeft, ons het ontstaan van het gebruik te beschrijven. Dat dit, ook in Frazer's theorie een leemte is, blijkt wel uit het volgende. Volgens de voorstelling van onzen uitlegger wordt het vasten nagelaten, zoodra men het gevaar geweken acht, 0111 met het voedsel den doodengeest in zich op te nemen, d. i. zoodra

Sluiten