Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

door men alle verschijnselen in en om den mensch meende te kunnen verklaren." Het is „het geloof, dat alles wat leeft, ook al datgene waarvan de natuurmensch overtuigd is, dat het leeft, omdat het zich beweegt of omdat hij meent dat er zekere kracht van is uitgegaan, bezield is door een denkenden. gevoelenden, willenden geest, van den menschelijken

alleen in graad en macht verschillend : alles in één

woord wat hem vreemd en zonderling toeschijnt en dat hij met eemg voorval van zijn leven, vooral met een onheil of gevaar, dat hem Ireft of dreigt in verband brengt." „Alleen — want de natuurmensch is nog even egoïstisch als een onopgevoed kind — alleen als hij er belang bij heeft, als hij overtuigd is. dat zij machtiger zijn dan hij en hij er dus iets van te vreezen of te hopen heeffi) zal hij ze vereeren

Van wezenlijk belang hier is het te bedenken, welke gedachte in het Animisme verbonden wordt met den dood. Men gelooft, dat de mensch met den dood bet eene leven afsluit 0111 het andere te beginnen.2) Wel spreekt men gemeenlijk van ..zielen" der afgestorvenen, wij vestigen er de aandacht op, dat een dusgenaamde ,.ziel" een zuiver schaduwbeeld is van den mensch vóór den dood.3) De dood is dan ook als een keerpunt, een overgang in een ander bestaan, waar de mensch gebonden is aan dezelfde nooden en behoeften als de nog aan deze zijde van het graf levenden.4)

) C. P 1 iele, Inleiding tot de Godsdienstwetenschap, 2J* druk 1900, I, blz 64, 65.

) ,.Es ist bekannt, dasz naeh der Anschauung der Wilden das jenseitige Leben allein eine Fortsetznng des diesseitigen ist", G. A. W ilken, Ueber das Haaropfer, u. s. w.. Revue Col. Intern 1886, II, S. 255.

) ),•••• in dealing with primitive ghosts we always (have) to regard them as being as nearly as possible the exact counterpart (only invisible) of men,.. " J. G. Frazer, On Certain Burial Customs, etc. Discussion, p. 103.

4) G. A. W ilken, Haaropfer, Revue Col. Intern. 1886, II, S. 255.

Sluiten