Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

r

Bovendien is bij den natuurmensch hot geloof aanwezig, dat de afgestorvenen een bestaan zijn ingegaan, waarin zij in zekeren zin de nog levenden in invloed en macht overtreffen. Niet te verwonderen is liet dus, dat de mensch deze wezens, wier werkzaamheid, heilzaam of verderfelijk, hij hier en elders gadeslaat, niet slechts vreest, maar ook zich beijvert hunne gunst te verwerven.

Zal het ten deele vrees zijn. die den mensch beweegt iets voor de zielen der afgestorvenen te doen, aan de andere zijde mag niet vergeten worden, dat het bewustzijn, hoe den stervenden mensch in het toekomende leven een bestaan wacht, in behoeften en nooden gelijksoortig aan het afgeslotene, dat dit bewustzijn de nabestaanden er toe moest brengen hem het leiden van dit bestaan zoo dragelijk mogelijk te maken. Het was de plicht der aanverwanten in die eerste behoeften te voorzien.1) Of — dezelfde gedachte anders uitgedrukt om het plichtsbesef hier buiten bespreking te laten — het bewustzijn. dat de door den gestorven mensch achtergelaten bezittingen de zijne waren en bleven en hem in het volgend bestaan van dienst moesten zijn, dit besef heeft de nabestaanden er toe geleid, hem deze zijn eigendommen in zijn bestaansverandering mede te geven.2) Wij doelen hier op de bekende doodenoffers. Deze treffen wij nagenoeg overal aan daar, waar de mensch nog op zeer lagen trap van ontwikkeling staat, d. i. bij de natuurvolken. Het doodenoffer, dit is reeds gebleken uit het bovenstaande, moet zeker niet be-

') „ . • .. sie sind abliiingig von dei- Pflege der Ueberlebenden, arme Seelen", W. Bousset, Wesen der Religion, Halle 1904. S. 17; „Aber es ist auch von Anfang nicht allein die Furcht gewesen, welche die Lebenden mit .den Toten verbunden hat. Auch Gefühle der Gemeinschaft, der Pietat machen sich geltend," tS. 48.

'2) ,.Man wagt dort (bei den Negerstammen Südafrikas) lange Zeit oder überhaupt nicht die Hütte eines Todten zu betreten; sie ist sein Eiyentum, und an unbefugten Eindringlingen würde er sich riichen", W. Bousset, Wesen der Religion, S. 47.

Sluiten