Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geven tot verwarring. Toch twijfelen wij er niet aan, of men bedoelde met de „ziel" van voorwerpen, planten, dieren, wat daarin als kracht werd ervaren, en welke Kruyt „levensaether" noemt.

Het gewicht van de scherpe onderscheiding tusschen „levensaether" en „ziel" wordt door Kruyt zelf eenige jaren- later aanmerkelijk verzwakt, wanneer hij, handelende over ,,de Rijstmoeder in den Indischen Archipel", ons de rijst voorstelt als „bezield", voorzien van ,,zielestof", ja verklaart, dat de Indonesiër de „rijst beschouwt als persoon"1); termen, welke juist aanleiding kunnen geven terug te vallen in de oude fout.

Het is naar onze meening voldoende uitgekomen, dat deze beschouwingswijze ons nog niet mag leiden tot het verlaten van liet gewone standpunt ten aanzien van het doodenoffer en den invloed der ziel van een afgestorvene. Moge b.v. de reden voor het brengen der doodenoffers al een andere geweest zijn dan men tot voor kort vrijwel algemeen geloofde, — het effect, dat in beide opvattingen met het doodenoffer beoogd wordt, is hetzelfde : het behoud of de bevestiging van het leven der nabestaanden. Daarom houden wij ons in hoofdzaak aan de oudere beschouwing en zegswijze, zoodat wij de doodenoffers blijven aanzien voor offers aan of voor de dooden, gebracht, om indirekt ten goede te komen aan de nabestaanden.

Bij dit doodenoffer hebben wij iets langer stil te staan. Het is gebleken, dat het vasten veelvuldig voorkomt juist in hetzelfde verband met de doodenoffers. Een nadere kennismaking met het doodenoffer in zijn beteekenis kan daarom slechts ten goede komen aan de verklaring van het vastengebruik na sterfgevallen.

In onderscheiding van doodenoffers is meermalen sprake

') A. C Kruyt, De Rijstmoeder, enz, blz. 361—363.

Sluiten