Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bestaan ingaat, dan is liet natuurlijk, dat al wat hij in dit leven zijn eigendom kon noemen, ook na den dood het zijne ''leef- De volstrekte vernietiging der bezittingen is niet anders dan een meegeven aan den doode van het zijne. Maar ook als men niet overging tot vernieling of vernietiging, dan bleef het voor de nabestaanden niet raadzaam, gebruik temaken van datgene, te midden waarvan de doode vroeger had geleefd. De afgestorvene toch waakte als 't ware zelf tegen vergrijp aan zijn eigendom. Wanneer b.v. bij de Xegers de hut van den overledene door de nabestaanden angstvallig wordt gemeden, dan is dit de direkte uitwerking van het geloof, dat diezelfde hut het eigendom bleef van den doode, dat deze daarin of daarbij persoonlijk tegenwoordig was en o\ei het zijne de waelit hield, want de gestorvenen zijn bovennatuurlijke wezens, die gevaarlijk zijn voor gezondheid en leven der menschen. Hieruit is het volkomen begrijpelijk dat men oorspronkelijk eenvoudig alles vernietigde, omdat men dan zeker was, dat de doodengeest bevredigd heenging; of dat men zich aan gevaar onttrok, door den doodengeest te mijden en af Ie zien van het gebruik van wat hem had toebehoord.

Geldt dit op grond van de aangehaalde voorbeelden van het doodenoffer in zijn strengsten, meest oorspronkelijken vorm, zooals het onmiddellijk na liet intreden van den dood werd gebracht, in de berichten wordt het doodenoffer veelal eerst geruimen tijd na de begrafenis geplaatst.

Wij hadden reeds gelegenheid op te merken, dat het zeker wel niet oorspronkelijk is het doodenoffer uit te stellen. Welke redenen men daartoe had. doet hier minder ter zake. Op zich zelf genomen is het feit belangrijk, dat men de bevrediging van den doodengeest verschoof tot Interen tijd. Van een verlaten van liet sterfhuis is geen sprake meer. 1 )e overgave van een bepaald contingent levensmiddelen, enz. aan den doode heeft wel plaats, maar eerst na een korteren of

Sluiten