is toegevoegd aan uw favorieten.

Het vasten bij Israël

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

treedt en zich in hen begeeft. En daar een geest, zooals Waitz ') opmerkt, ,,in den Speisen einfiihre in dein, welchen er schaden wollte hebben wij het er voor te houden, dat de reden van het vasten 11a een sterfgeval moet gezocht worden in de vrees, dat men door gebruikmaking van het „verboden voedsel ook den doodengeest in zich zou opnemen en daardoor eigen leven in gevaar brengen. Omdat dit gevaar slechts bestaat bij dat voedsel, hetwelk in eigen woning is en onder invloed van den doodengeest staat, wordt het duidelijk, waarom hier en elders, hetzij buitenshuis wordt gegeten of spijs van vreemden wordt genuttigd.

Deze onthouding evenwel, door den natuurmensch betracht alleen ten opzichte van het in het sterfhuis aanwezige voedsel. mag, hoezeer zij reeds den naam draagt, eigenlijk nog geen aanspraak maken op de benaming : rasten. I11 de definitie van de handeling, door dit woord aangeduid, hebben wij het verschijnsel omschreven als vrijwillige onthouding van spijs (en drank). De 11a een sterfgeval door den natuurmensch betrachte onthouding draagt nog geen vrijwillig karakter. Vooreerst blijkt het spontane element in de daad der onthouding te ontbreken, doordat enkele voorbeelden beslist uitwijzen, dat de nabestaanden wel degelijk tot gebruik van voedsel overgaan, wanneer slechts van elders spijs wordt aangebracht of dat zij buiten het sterfhuis het noodige nuttigen. De onthouding is beperkt slechts tot het voedsel, dat in het sterfhuis is, omdat men vreest voor de opname van den doodengeest of de allicht door dezen „besmette' spijze voor den mensch „verboden" is. Om deze redenen kan het zgn. doodenvasten eigenlijk geen vrijwillige daad genoemd worden. Verre van geheel uit vrij wilsbesluit te worden ondernomen, draagt deze onthouding, omdat zij uit vrees voor gebruik van het verbodene wordt betracht, veeleer nog den stempel van gedwongen honger lijden.

') Waitz-G eiland, Anthr., VI, S. 357.