Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bewustzijn ten opzichte van het bovennatuurlijke. , Ofschoon bijzondere godsdiensten en godsdienstvormen na een tijd vari ontwikkeling en bloei in den regel weer afnemen, gaat de algemeene godsdienstige ontwikkeling voort." *). Het begrip dezer ontwikkeling berust niet zoo zeer op historische verwantschap van de in godsdienst verschillende menschheid, als wel op vergelijking en waardeering der godsdienstvormen met betrekking tot elkander. Tn dien zin noemt men b.v. het Animisme den grond, waaruit de ontwikkeling ontspringt. Heeft alzoo de godsdienstige mensch een ontwikkeling doorgemaakt, dan moet, omdat het vasten in zijn beteekenis afhankelijk was van de betrekking van den mensch tot het bovennatuurlijke, ook in het vasten die ontwikkeling zijn aan te wijzen. En is men gewoon te spreken van de ontwikkeling van de godsdienst, met hetzelfde recht mag dan gesproken worden van ontwikkeling van het vastengebruik.

Uit het voorafgaande volgt dus, dat de ontwikkeling van het vastengebruik gelijken tred houdt met de ontwikkeling van de godsdienst. Het bewijs, dat deze stelling, die in beginsel geen tegenspraak zal vinden, ook in de werkelijkheid waar is, is reeds ten deele geleverd, toen wij het verschil en de onderlinge verwantschap der drie soorten van vasten bespraken. Van een volledige uiteenzetting der ontwikkeling van het vastengebruik moeten wij evenwel afzien. Volgens den gestelden regel toch hangt de reden van vasten voor elk bizonder geval ten nauwste samen met het godsdienstig ontwikkelingsstandpunt. Om met zekerheid de juiste beteekenis van het vasten in een bepaald geval te kunnen aangeven, wordt dus grondige kennis vereischt van den godsdienst van het volk, waar het vasten voorkomt. Afgezien evenwel van de vraag, of wij tot de beschrijving van het vasten in zijn

') C. P. T i e 1 e, Hoofdtrekken der Godsdienstwetenschap, 1901, blz. 54 v.

Sluiten