Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

evenwel is het gebruik daarvan den nabestaanden „verboden'', weshalve de onthouding van voedsel, die kan schijnen vrijwillig te worden ondernomen, feitelijk nog gelijk staat niet de oorspronkelijke gedwongen onthouding bij gebrek aan spijs. Is de reden voor dit vasten gelegen in de vrees voor den doodengeest, die vergrijp aan het zijne straft met in den mensch de oorzaak van ziekte, e. d. te worden, op dezelfde hoogte met dezen vorm van vasten staat de onthouding van het door de godheid in beslag genomene, van het ..geheiligde". Is de reden van deze onthouding volkomen gelijk aan die van het vasten der nabestaanden na een sterfgeval, aan den anderen kant is er verschil, in zooverre dit vasten niet meer voortvloeit uit vrees voor den doodengeest, maar voor het goddelijke.

Het vasten, waarvan tof hiertoe sprake was, is onthouding van heilige spijs, geschiedt uit vrees, wordt dus ondernomen ter bereiking van een negatief resultaat, nl. het verre houden van het bovennatuurlijke (dooden)geest of god), is daarom feitelijk nog gedwongen honger lijden en dus nog niet vasten.

2. In zekeren zin in tegenstelling met het vasten, tot dusver besproken, waar de onthouding uit vrees geboren werd. is er een vasten, dat ontstaat door den drang, de begeerte naar gemeenschap met het „heilige"'. Het is de onthouding van profane spijs met de bedoeling, zonder gevaar de heilige in zich te kunnen opnemen. Mag daar, waar gemeenschap met het bovennatuurlijke gezocht wordt, reeds met meer recht van godsdienst gesproken worden dan waar de mensch nog met vrees tegenover het bovennatuurlijke staat, in gelijke mate is ook de onthouding van (profaan) voedsel ter verkrijging wan gemeenschap met het bovennatuurlijke meer adaequaati aan het begrip va8it*i<-<lu nawaar het uit vrees Na(ttu>dat contact wordt betracht. Hoezeer evenwel du wuien reeds een pnsiHef karakter draagt, voor zoover het ondernomen wordt ter bereiking van een positief resultaat, -toch

Sluiten