is toegevoegd aan uw favorieten.

Het vasten bij Israël

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Jabes in Gilead. Josafat kondigt een vasten af, 2 Kron. 20 : 8. Evenzoo Esra (8 : 21, 23). In hoeverre Esra 9:5; 10 : 6 hier thuis belmoren, zal beneden blijken. Xehemia vast, Neb. 1 : 4, zoo mede in zijne dagen de Israëlieten, 9 : 1. In Ester is eenige malen van ons gebruik sprake. Ilfst. 4 : 3 maakt gewag van cene vasten der Joden, die terneergeslagen zijn door liet bericht, dat de koning hun ondergang heeft besloten. De driedaagsche onthouding van Mordechai c. s. werd reeds genoemd, 1 : 16. In 9 : 31 eindelijk wordt nog over vasten gesproken. Behalve Ps. 35 : 13. welke tekst reeds ter sprake kwam, kunnen uit de Psalmen nog slechts geciteerd worden ps. 69 : 11 en ps. 109 : 24, waar de ritus terloops wordt vermeld. De schrijver van Jes. 58 spreekt betrekkelijk uitvoerig over de gewoonte zijner tijdgenooten te vasten. De Judeërs trachten Jahwe te vermurwen o.a. met vasten, Jer. 14 : 12. In 36 : 6, 9 is sprake van een vastendag. Door Daniël wordt veelvuldig gevast. 2 : 17 (LXX); 9 : 3: 10: 12v. In Joël 1 : 14; 2 : 12, 15 wekt de profeet op een vasten te heiligen. De koning laat in Nineve uitroepen, ,,dat mensc-h noch dier. rund noch kleinvee iets proeve, graze of water drinke", Jona 3 : 5, 7. Eindelijk maakt Zacliarja 7 : 3v. melding van een vasten in de 5de en 7de maand; 8 : 19 van vasten in de 4de. 5de, 7de en 10de maand.

Wanneer men uitgaande van de resultaten der historische critiek deze O. Tsche bewijsplaatsen naar tijdsorde rangschikt, dan blijkt, dat het vasten voorkomt:

in de 8ste eeuw ; 1 Sam. 14 : 24; 31 : 13; 2 Sam. 1 : 12;

3 : 35; 12 : 16; 1 Kon. 21 : 9, 12, 27 en Ex. 34 : 28.

in de 7de eeuw: Deut. 9 : 9, 18; Jer. 14 : 12; 36 : 6. 9 ; in de (>de of 5de eeuw: .les. 58; Zach. 7 : 3\\; 8 : 19; in de 5de of 4de eeuw: Esra 8 : 21, 23; 10 : 6; Neli. 1 : 4;

9:1; Lev. 16 : 29, 31; 23 : 27, 29,