Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

is liet gestorven of gij staat op en gaat eten; waarop dan David antwoordt: zoolang het kind leefde, heb ik gevast en geweend, omdat ik dacht: misschien zal Jahwe mij goedgunstig wezen en zal het kind in liet leven blijven. Maar waarom zou ik, nu hij dood is. vasten? Kan ik hem terughalen? Ik ga wel tot hem, maar hij keert tot mij niet weder."

Op een enkele onbeteekenende uitzondering na. is de tekst dezer pericope ongeschonden, en bet geheel goed verstaanbaar. Aan de oorspronkelijke eenheid der vs. 15—23 word', dan ook door de meeste uitleggers niet getwijfeld. Alleen Schwally1) heeft gemeend, dat de verwondering van Davids dienaren hier niet op hare plaats is. ,.Dieselbe wird eben so wenig historisch sein wie der Spott Michal's iiber den volder Lade tanzenden Gemabl, 2 Sam. 6 : 14, 20. Die eigentliclie Form der Ueberlieferung ist. wie mir scheint, so zu Stande gekommen sein. dasz die Discrepanz zweier Zeitalter sicli in den Berichten abgelagert bat. Het voor onhistorisch verklaren van vs. 21v. (de verwondering der dienaren), welk ooi-deel klaarblijkelijk berust op het streven, ook in deze pericope een elders gevonden gedachte terug te vinden, brengt Schwally van de zijde van Frey het verwijt, ,,einer von dogmatischer Voreingenomnienheit beeinflussten Kritik" 2). Doch niet met verwijten, maar met argumenten is eerst door Frey, later door Grüneisen 3) aangetoond, dat het uitlichten der vs. 21, 22 noch noodzakelijk, noch geoorloofd is. ,.Etliegt durchaus kein Grund vor, diesen einen Theil der Er-

') F. Schwally, das Leben nacli dem Tode, nach den Vorstellungen des Alten Israël und des Judentums einschliesslich des Volksglaubens im Zeitalter Christi, Giessen, 1892, S. 35.

2) Joh. 1 rey, Tod, Seelenglaube und iSeelenkult ini alten Israël, Leipzig, 1898, S. 77.

) C a r 1 Grüneisen, der Ahnenkultus und die Urreligion Israëls, Halle 1900, S. 172.

Sluiten