is toegevoegd aan uw favorieten.

Het vasten bij Israël

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wonen vastentijd. Het antwoord luidt: ,,Zoolang het kind leefde, heb ik gevast en geweend, omdat ik dacht: wie weet, of Jahwe mij niet goedgunstig zal zijn. en het kind zal blijven leven. Maar waarom zou ik, nu hij dood is, vasten ? Kan ik hem terughalen?'' In deze woorden wordt door David rekenschap gegeven van het (hij weet het) ongewone zijner handelwijze.

De reden van vasten, le waarom gedurende de ziekte van het kind, en 2e waarom niet na den dood, moet door David in die woorden worden gegeven, zal hij zijn verwonderde hovelingen kunnen tevreden stellen. David geeft dan ook le als reden voor zijn vasten nog bij het leven van het kind, dat hij hoopte met die onthouding Jahwe's erbarmen te wekken. en 2e als reden vpor het niet-vasten na den dood, dat hij dit voor dwaas en zonder nut houdt (,,waarom zou ik vasten? Kan ik hem terughalen?"). Mag men veronderstellen. dat vs. 22v. als antwoord op hun vraag den dienaren inderdaad kan bevredigen, dat zij inhouden, wat vs. 21 vraagt, dan volgt:

1. dat de reden, door David voor zijn vasten aangevoerd, den dienaren vóór dien onbekend was;

2. dat de reden voor vasten, die David hier uitspreekt, en welke bekendheid met andere redenen voor deze vasten bij hem althans uitsluit, (zoodat David niet vermag in te zien. waarom men na een sterfgeval zich zou onthouden, daar een Jahwe s medelijden en erbarmen opwekken na het intreden van den dood voor David geen zin meer heeft), dat de hiergenoemde reden voor vasten niet die kan zijn geweest voor een onthouding, zooals de dienaren deze kennen, nl. na een sterfgeval. Uit deze stellingen: de reden van Davids vasten onbekend aan zijne dienaren, en de reden van Davids vasten niet geldig voor een vasten na den dood, volgt met noodzaak, dat de reden voor het vasten na een sterfgeval, zooals dat in 1 Sam. 31 : 13; 2 Sam. 1 : 12; 3 : 35 voorkomt, niet

7