Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kan zijn geweest een middel 0111 Jahwe's medelijden op te wekken ten gunste van den overledene.

Hier komen wij zijdelings in aanraking met een punt, door Frey op den voorgrond geplaatst. Dat David niet vast, omdat hij inziet daardoor zijn kind toch niet in t leven te kunnen terugroepen, en deze onthouding blijkbaar evenmin iets kan bijdragen tot verandering of verbetering van het lot van het gestorven kind, verleidt Frey tot de volgende opmerking '): „Ein Teil des von Nathan Angedrohten hat sich erfiillt, und Grund der Nichttrauer Davids ist eine Erkenntnis, die er aus der Thatsache des Eintritts des von Nathan vorausgesagten Todes gewinnt. Diese Erkenntnis kann nur die sein, dass mit dein Sterbén des Kindes die Strafe Gottes ihn getroffen, er also der Schuldige ist. Der Tod des Kindes wird also von ihin als ein ihn, nicht das Kind treffendes Verhangnis angesehen. und deshalb trauert er nicht. Was also betrauert wurde beim Eintritt eines Todesfalles, ist das Geschick, welches den Verstorbenen betroffen." Deze zienswijze, hoewel niet rechtstreeks in strijd met het door ons boven beslotene, moet verworpen worden. Eerstens is foutief de opmerking. dat David door den dood van zijn kind eerst zekerheid verkreeg, dat hij .,de schuldige" was. Voor eigen bewustzijn was hij dit reeds lang. anders had hij niet gelaten kunnen aanhooren. wat Nathan hem toevoegde, nog minder kunnen belijden: ,,ik heb tegen Jahwe gezondigd" (vs. 13). Maar bovendien had David niet te wachten op den dood van het kind om de zekerheid te erlangen, dat hij ook in Jahwe's oog schuldig was. Hiervan had hij dadelijk overtuigd moeten zijn, zoodra het kind ziek werd. Hij was dit dan ook werkelijk, getuige zijn zoeken van God en het vasten. Bovendien. gesteld voor een oogenblik, dat David nog niet zeker was. of zijn zonde ook was een ,,schuldig voor Jahwe", dan

') Frey, Tod, u. s. w., S. 79.

Sluiten