Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

had het kunnen gebeuren, dat hij die zekerheid nooit had erlangd, omdat het mogelijk was, dat Jahwe, in Davids oog een barmhartig God, ondanks die schuld het kind in het leven liet. Was het kind blijven leven, dan was de onzekerheid, of Jahwe David schuldig oordeelde, niet opgeheven. De onderstelling wordt evenwel te niet gedaan door het feit, dat David schuldig was èn in eigen èn in Jahwe's oog, getuige de woorden van Nathan en David, het ziek worden van het kind, het vasten nog bij het leven van zijn zoon. Daarom is ook te verwerpen de meening, dat deze (dus voorgewende) „Erkenntnis" de ,,|Grund der Nichttrauer Davids" na den dood zou geweest zijn. Ware de overtuiging van schuldig te zijn of niet het criterium voor vasten of achterwege laten der onthouding, dan had David ook vóór den dood van het kind het zoeken van Jahwe en het vasten moeten nalaten.

In de tweede plaats komt ons onhoudbaar voor, dat David daarom niet vastte na den dood van zijn zoon, omdat hij het beschouwde als „ein ihn, nicht das Kind treffendes Verhangnis." Al is het waar, dat in den dood van het kind David door Jahwe getroffen werd, in werkelijkheid trof toch dat „Verhangnis" het kind, zoodat de reden, die Frey laat bestaan voor het vasten na een sterfgeval ook hier zou blijven gelden, nl. de gewoonte om rouw te bedrijven over het ,,Geschick, welches den Verstorbenen betroffen."

Eindelijk wordt de reden van Davids „Nichttrauer", door Frey genoemd, onwaarschijnlijk, wanneer wij rekening houden met het algemeen aanvaard gevoelen, dat bij het in acht nemen der rouwgebruiken, waartoe ook het vasten behoort, ongetwijfeld ook de meer of minder diep gevoelde smart van invloed is geweest. Waar een man als David een hem dierbaar kind ontvalt, is de droefheid groot, te grooter juist, omdat hij zelf de bewerker van den dood is geweest. Heeft inderdaad een diepgevoelde smart invloed op de uitoefening

Sluiten