Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voorloopig dient nog geconstateerd Ie worden, dat geen enkele der drie teksten op eenigerlei wijze aanleiding geven om hier te denken aan een vasten, die Jahwe geldt. 2 Sam. 1- behoort, wat dit punt aangaat, niet binnen den kring van deze gegevens. Hier toch is bet een vasten nog bij liet leven van het kind. en niet na den dood. Alleen dat het kind sterft en David na dat sterfgeval niet vast, is liet aanrakingspunt van dezen tekst niet de behandelde drie.

Dat liet vasten na een sterfgeval Jahwe zou gelden, is o. a. door Frey1) beweerd, maar — niet bewezen. Wel bezigt hij voor de aanbeveling van zijn gevoelen bewijsgronden, maar — ongeldige. Zijn gevoelen toch wil hij aannemelijk maken met een beroep op een lange reeks getuigenissen, waar het vasten voorkomt in betrekking tot Jahwe; maar daaronder is geen enkele tekst, waar sprake is van vasten na een sterfgeval. En wat hier al leso ver wegend is : al de aangehaalde plaatsen dagteekenen uit lateren tijd. Het is juist om die reden, dat wij hier bij de bespreking van het vasten na het intreden van den dood, ter vaststelling van de beteekenis, ons onthouden van een beroep op die latere berichten, omdat dit middel het vraagstuk slechts in schijn zou oplossen. En bovendien uit de praemisse, dat het vasten in vele gevallen Jahwe geldt, volgt nog volstrekt niet, dat dit ook het geval is met de handeling als rouwgebruik.

Uit een en ander is reeds duidelijk geworden, dat het vasten na een sterfgeval niet aan Jahwe gericht is. Het schijnt nu wel raadzaam naar de beteekenis der overige rouwgebruiken te vragen, en te trachten daaruit naar analogie tot den eigenlijken zin van het doodenvasten door te dringen. Daar echter niet vaststaat, of aan al de rouwgebruiken

') Frey, Tod, Seelenglaube und Seelenkult, u. s. w., S. 82, 83.

Sluiten