Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vs. 14. „Ik heb er in mijn rouw niet van gegeten" (':s3): het zegt alweer hetzelfde. In den rouw is men onrein, zoodat de verklaring inhoudt, dat men den tiend, die heilig is, (vs. 13) niet ontwijd heeft door in onreinen toestand er van te eten; was men rein, dan gebruikte men er dus wel van. Maar er blijkt meer uit dit vers. Gaat men van de onderstelling uit, dat het brood der smarten of treurbrood liet eenige voedsel is, dat men in rouw gebruikt '), dan kan het nooit beslist onreine spijs geweest zijn: was het dit. dan had de verklaring, dat men in rouw niet van het heilige genuttigd had, volstrekt geen zin. Neen, dat men van het heilige in rouw at, kwam zeker voor: waarom anders het verbod? 2) Maar dan vervalt ook de mogelijkheid, dat het treurbrood daarom een bizonder soort spijs was, omdat het onrein was. Is het niet bepaald onrein voedsel, dan moet het rein zijn: reine spijs nu kan heilige spijs zijn en profane. En omdat de onreine rouwbedrijvenden het heilige niet mogen verontreinigen, blijft er niet anders over dan onder treurbrood profane spijs te verstaan. Wederom dus kan men besluiten, dat de nabestaanden, die zich onthielden van het onreine in eigen woning, voor hun levensonderhoud reine spijs gebruikten. Waar zij dit opdeden, was onverschillig: meestal werd het hun verschaft door vrienden en bekenden, maar het heilige eten, dat was hun verboden.

Wanneer men ook Hozea 9 : 4 onder dit licht beschouwt, blijkt de gangbare uitleg onjuist.

Hos. 9:3, 4 luidt in Ilebr. tekst :

vs. 3. cnxo ons# aeh mrv pjo ïscr

vs. 4. p nm^ nou -iicnsi

cn^ c:in cn^2 Drvroi nSi

mrv rva nis» can^'2 inou"

') In 't omgekeerde geval zou de reden voor eenbizonderebenaming ontbreken

2) H. Oort, De doodenvereering by de Israëlieten, Theol T. 1881,

blz. xieitrage zur n orueruttg* *Wö| - i

—•*%■» - —

Sluiten