Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wordt genoten, maar dat niettemin rein voedsel is. Is dit zoo, dan kan ook de vergelijking met D'JÏN worden aanvaard, en dan is er geen reden: „voor hem" te veranderen in: „hun brood". Wordt een zebach in het buitenland vergeleken met '■> en behoeft dit dus niet onrein te zijn, dan is ten slotte het punt van vergelijking Hos. 9 : 4 niet: „een ieder die er van eet, wordt onrein", maar „is onrein" of „zal onrein zijn", m. a. w.: de onreinheid slaat op den persoon, niet op het voedsel L). Is men rein, dan is een zebach een offermaal in gemeenschap met den Heilige, maar in het buitenland is die gemeenschap onmogelijk, daarom dient hun voedsel slechts tot „stilling van den honger, het komt niet in een huis van Jahwe." Ware het 'n 'b (en dus ook de zebacliim in 't buitenland) onreine spijs, dan was het redegevend gedeelte van vs. 4 (na -<a) onverstaanbaar; men zal toch niet meenen, dat spijs onrein is of verontreinigt, „omdat he.t slechts tot verzadiging dient en niet in een huis van Jahwe komt." 'n 'S is dus reine spijs, die door de rouvvdragenden wordt gegeten. Evenals de laatsten deze spijs niet mogen nuttigen in een godshuis, omdat zij onrein zijn, zoo zal ook Israël, eenmaal onder de heidenen toevende, in onreine omgeving zijn en zijn voedsel moeten gebruiken buiten gemeenschap met Jahwe, als ware het N Men vei-

tale dus Hos. 9:3, 4: Ephraïm zal naar Egypte

terugkeeren en in Assur onrein eten (of: vleesch onrein eten). Zij zullen voor Jahwe geen wijn plengen, noch hunne offers voor hem op het altaar leggen 2); (hunne zeba-

') Een vergelijking met Ez. 4:12v bevestigt dit. Ook daar is het „op ballen van menschendrek" gebakken brood niet onrein; het tert. comp. is de onreine omgeving, waarin het voedsel gebruikt moet worden, vg. 13 en 14.

2) Zoo kan men blijven lezen met K u e n e n e. a. Het hoofdargument voor deze tekstverb. is echter vervallen. Bovendien LXX = Vuig. = Hebr. t., waar volgens de accenten orrnS' bij 't volgende behoort.

Sluiten