Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(loor contact met iemand, die een vloeiing heeft (15 : 8v.) e. a., één dag duurt en wel „tot den avond." De kraamvrouwis bij de geboorte van een zoon zeven dagen onrein; evenzoo de melaatsche, Lev. 12 : 2v.; 14 : 8. Is de gewone duur der onreinheid één dag of zeven dagen, dit geldt ook van de onreinheid des doods, vg. blz. 110.

Hoewel in buitengewone gevallen de termijn voor den rouw een langere kan zijn !), is ook de duur van dezen gewoonlijk 7 dagen, .Job 2 ; 13; Ez. 3 ; 15; Judith 16 : 29 ; Sir. 22 : 13; Jos. Oudh. 17 : 8>4 2). Zou op zich zelf hieruit reeds mogen worden afgeleid, dat ook het vasten als rouwgebruik denzelfden tijd duurt, dit wordt door de berichten bevestigd, 1 Sam. 31 ; 13; 1 Kron. 10 : 12. Bovendien is ook het vasten gedurende één dag bekend, b.v. Richt. 20 : 26; 1 Sam. 14 ; 24 ; het doodenvasten tot den avond 2 Sam. 1 ; 12; 3 : 35.

De duur van de onreinheid van den dood en die van het doodenvasten is dus óf één dag óf zeven dagen. Deze overeenstemming kan niet toevallig zijn en moet zóó verklaard worden, dat het vasten oorspronkelijk door den staat der onreinheid wordt teweeggebracht. Maar nu: hoe is het gebruik van treurbrood met vasten, d. i. met volstrekte onthouding, te rijmen? Slechts op ééne wijze en wel zoo, dat het treurbrood eerst wordt gebruikt na afloop van den vastentermijn. De laatste duurt bij ééndaagsche onthouding telkens „tot den avond ', d. w. z. eerst na zonsondergang gaat men tot gebruik van levensmiddelen over. David weigert iets te gebruiken „vóór zonsondergang", 2 Sam. 3 : 35; vg. 2 Sam. 1 : 12; ook bij het vasten, dat Jahwe geldt, gaat men na

') Gen. 37 : 34 ; 20 : 29 e. a.

s) Volgens Wellhausen, Reste Arabischen Heidentumes, S. 160 schijnt ook bij de Arabieren „sieben Tage eine anstiindige Frist gewesen zu sein "

Sluiten