Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zonsondergang over tot liet houden van den maaltijd, o. a. Richt. 20 : 2fi; 1 Sam. 14 : 24; Taanith 1 : 4v. Het is dus logisch te hesluiten, dat ook het treurbrood in dagen van rouw eerst na zonsondergang werd genuttigd. liet bezwaar hiertegen is echter, dat de rouwtijd 7 dagen duurt en mitsdien ook het vasten. Goed beschouwd wordt dus telkens het vasten als 't ware onderbroken door het eten van treurbrood en het drinken uit den beker der vertroosting: iederen dag na het invallen der duisternis. Zoo moet ongetwijfeld het vasten van de Jabesieten gedurende 7 dagen worden verstaan. Niet dat ook zij bepaald treurbrood, hun door anderen aangebracht, gebruikten. In 1 Sam. 31 : 8v. heeft het vasten als rouwgebruik zijn oorspronkelijken zin reeds verloren. Hunne onthouding kon hoogstens voortspruiten uit de verontreiniging door hunne behandeling van de lijken van Saul en zijne zonen. Het vasten is hier reeds een onbegrepen ritus. Doch dat oorspronkelijk werd gegeten en gedronken (en dan van het treurbrood en aangebrachten drank) iederen dag na zonsondergang, zoodat de onthouding van onreine spijs werkelijk vasten was, wordt aanbevolen door hetzelfde gebruik bij de Mohamedanen in de maand Ramadhan. Het doodenvasten zou dus zijn: onthouding van onreine spijs. Niet elke onthouding van onrein voedsel is echter vasten. Het doodenvasten is onthouding van door den dood verontreinigde spijs. De eigenlijke reden voor vasten en gebruik van treurbrood ligt dus dieper: zij moet gezocht worden bij de bron van deze onreinheid.

Al wat onrein is staat in volstrekte tegenstelling met den Jahwe-cultus. Vanuit het standpunt van het Jahwisme drukt de onreinheid het onvermogen tot Jahwedienst uit. Maar er is toch een specifiek onderscheid. De onreinheid, veroorzaakt door het verblijf in den vreemde, is van anderen aard dan die, welke gepaard gaat met het uitbreken van bepaalde ziekten. Er is wezenlijk verschil tusschen de onreinheid van de

Sluiten