Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

leven. Ware ruah in die verbindingen gebezigd, dan zou b.v. 'i 's ren nooit kunnen beteekenen: „iemand dooden' , maar: „iemand het verstand benemen.1' Aan ruah hecht men niet de gedachte van persoonlijkheid, van animaal leven. De ruah kan omschreven worden als het beginsel der levenskracht. Waarborgt dus aan de eene zijde de aanwezigheid van ruah bij den mensch den normalen toestand, omdat bij afwezigheid öf de dood moet volgen, óf tijdelijk een ongunstige abnormale toestand intreedt, aan den anderen kant stelt een bovenmatig bezit van ruah den mensch in staat tot bovenmenschelijke verrichtingen. Bepaaldelijk de ruah van Jahwe is het, die deze bizondere kracht verleent. Zulk een ruah komt dan van buiten over of in den mensch. Hoewel deze ruah in een enkelen tekst de trekken vertoont van een persoon, nagenoeg overal is zij een kracht, die uitgaat van Jahwe.

Voor den mensch geldt in elk geval, dat het êéne grondbegrip. de adem, onder verschillende gezichtspunten aan de eene zijde als ruah de kracht aanduidt, die in elk animal als levenskracht aanwezig is, aan de andere zijde als nephes een bepaald individuum als levend wezen stempelt. In welk verband beide nu tot elkaar staan, kan hier onbesproken blijven.

Het zou den schijn kunnen hebben, alsof' nephes altijd werd gebruikt slechts voor het zielige in den mensch, en zoo in tegenstelling met basar, het lichaam. Het omgekeerde blijkt

uit de teksten. Richt. 12 : 3; 1 Sam. 19 : 5; 28 : 21 e. a. staat nephes zelfs voor het lichaam, als drager van het leven. Nephes wordt vaak gebruikt ter aanduiding van den geheelen mensch. zooals hij leeft. De vele beden om uitredding in de Psalmen zijn beden om het behoud van dit aardsche, lichamelijke bestaan, weshalve zonder schade soms het daar gebezigde nephes door basar zou kunnen worden vervangen.

2. 's Alenschen toestand na den dood. Ook deze bespreking kan kort zijn. Uit de ontwikkelde voorstel-

Sluiten