Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

beteekent, zoodat de uitspraak, dat met den dood de nephes sterft, niet anders beteekent, dan dal de mensch sterft. In Israël geldt dus het geloof, dat de mensch, zooals hij leeft, sterft, maar dat toch een schaduwbestaan hem wacht in een andere wereld. Maar geldt niet hetzelfde voor het Animisme? Zonder nauwkeurig te onderscheiden, spreekt Ty lor van den doode als een „personal soul" of „spirit." Dit vat Gr. zóó op, dat de animistische ,,ziel" identiek is niet de Hebr. nephes, als deel van den mensöh. Had Gr. omgekeerd aangenomen, dat de voortbestaande anim. ziel samenviel met de Hebr. nephes, voor zoover zij dient ter aanduiding van den geheelen mensch, dan was er van het vermeende verschil niet veel overgebleven; dan sprak het ook van zelf, dat de teekening van de anim. ziel en de Isr. voorstelling van de rephaïm zoo tot in bizonderheden overeenstemt. En in het Animisme èn bij de Israëlieten heerscht het geloof, dat de aardsche mensch, zooals hij is, te niet gaat, maar dat als schim een tweede leven hem wacht.

Zal dus dit zgn. verschilpunt wel neerkomen op een spel met het woord „ziel", Gr. ziet nog een ander onderscheid. Terwijl bij de natuurvolken aan den doode macht toekomt over de levenden, is dit volgens Gr. bij Israël niet het geval. Omtrent de rephaïm merkt hij op1): „Der alteste Glaube Israëls wuszte nicht nur von einem Dasein der Schatten in der Scheol, sondern er fürchtete auch ihr Herumschweifen auf der Oberwelt, in der Nahe ihrer ehemaligen Wohnung... Das gespenstisclie Umherirren auf der Oberwelt ist nichts,

was der Mensch sich wiinsclien und ersehnen könnte,

Man wird freilicli sagen, das Bestreben sich vor den Toten zu schützen, sei ein Beweis dasz man ihnen übermenschliche Macht zutraue. Aber der Schlusz ist falsch. Das Furclit er-

') S. 117.

Sluiten