Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

volgt en voor alle rouwgebruiken liet beginsel aanvaardt, dat zij uit vrees voor den doodengeest worden in aeht genomen, had hij niet moeten gewagen van ,,Einflüsse von den Totengeistern", maar ronduit verklaren, dat in genoemd verband het vasten voortspruit uit de vrees met de spijs den doodengeest zeiven te ,,eten". Maar dit had hij, naar het schijnt, vroeger reeds voor Israël ontkend !). Het geloof ..dass spukende Totengeister sich in die Körper fremder Menschen hullen können", hetwelk bij vele volken is waargenomen, bestond volgens Gr. blijkbaar bij Oud-Israël niet. Doch al zijn in de Israëlietische letterkunde de bewijzen voor dit geloof niet overvloedig te vinden (wat trouwens niet zoo vreemd is, daar Israël reeds ver boven liet animistisch denken uit is) hiermede is allerminst uitgemaakt, dat het niet aanwezig was. Doch het oordeel is bovendien onjuist.

Mocht men hier eenvoudig toepassen, wat in het Animisme geloofd wordt, dan moest ook Oud-Israël elk gebruik van het door den dood verontreinigde voedsel versmaad hebben, omdat men vreesde, met de spijs den doodengeest zelf in zich op te nemen.

Het vermogen, zich in vreemde lichamen een plaats te bereiden. kent Israël in de eerste plaats toe aan booze geesten. Saul wordt gekweld door een boozen geest, 1 Sam. 16 : 14. In 1 Kon. 22 is sprake van een ruah, die een leugengeest wil worden in den mond der profeten. Het geloof, dat ziekte, razernij, enz. worden veroorzaakt door geesten, die in de menschen gevaren zijn, is in het Oosten algemeen verbreid. De Arabische madschntin en meer nog de $xiftovt%ón£voe of "hoti^óviov uit het N. T. is overbekend.

Bij de natuurvolken heeft ook een doodengeest het vermogen. zich in een bepaalden persoon te begeven. Hij is, ,,able to enter into, possess, and act in the bodies of other men,

') S. 32.

Sluiten