Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De gangbare overzetting is foutief. Gewoonlijk vertaalt men: „Goede gaven uitgestort op een gesloten mond zijn als een aangerichte tafel op een graf' >). Vs. 14v. wordt een arme, die friscli en gezond is, gelukkig geprezen boven een rijke in ziekte en dood. Evenzoo vs. 20v. De schrijver, die wil doen uitkomen, dat een rijke, die ziek is, van de vóór hem liggende schatten niet kan genieten en er niets aan heeft, brengt dit vs. 18, 19 in beeld. Vertaalt men nu : „Goede

gaven enz zijn als " dan behelzen de vs. 18, 19 het

vergelekene, zoowel als dat, waarmede vergeleken wordt, zoodat het verband met vs. 17 en vs. 20v. zeer los wordt. Bovendien ontbreekt in Gr. zoowel als Hebr. t. het vergelijkingspartikel, kan in de genoemde vertaling met den „gesloten mond ' niet die van den afgod, resp. den doode, bedoeld zijn, wat echter het parallelisnie eischt 2), en wijst ten slotte vs. 20: „zóó is de mensch, die door den Heer vervolgd word" 3) als 2e lid eener vergelijking terug op het le lid. Vs. 18, 19 als geheel genomen vormen dat eerste lid der vergelijking. Ook de vertaling van Grüneisen : , .Leckerbissen auf einen verschlossenen Mund geschiittet und Speisedarbringung aufs Grab gesetzt" 4), kan niet bevredigen. Gelijk in den Hebr. t., wordt in den Gr. t. 18a hetzelfde gezegd als in 18b, maar met andere woorden: „Goede gaven rijkelijk uitgestort op een gesloten mond, geschenken (lett. het gestelde) in spijzen neergelegd op (of bij) het graf, wat

nut heeft een schim daarvan 5) en dan in vs. 20v. :

„zóó is enz."

Daar het oordeel van den Gr. t. niet gunstig is met be-

') o. a. Matthes, Theol. T. 1900, blz. 200

■) Gewoonlijk meent men, dat met „den gesloten mond" bedoeld wordt de rijke, die ziek is. Dit is niet juist.

OJTWi Ó èK$tUKÓpSV0; V7TÖ tcvpi'ov.

4) Ahnenkultus, S. 138.

'j x's.pTurt; beteekent slechts: vruchtgebruik.

10

Sluiten