Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

men bedenkt, dat het vers in behandeling, Oorl. 2 : 1 > 1 onmiddellijk volgt op Oorl. 1 : 33 > 9, het laatste vers van t le boek, waar de prachtvolle begrafenis van Ilerodes wordt beschreven. „Terstond werd Archelaüs onder luid gejubel gelukgewenscht; enz. Vervolgens maakte men aanstalten tot de begrafenis des konings. Archelaüs liet niets na wat tot opluistering dienen kon, maar stalde al de koninklijke sieraden uit om de begrafenis niet de vereischte praal te doen plaats hebben, liet praalbed was van massief goud, met edelgesteenten bezet, het kleed was van echt purper kunstig geborduurd, het lijk daarop gelegen, was niet een purperkleed bedekt; op het hoofd, met de diadeem versierd, bevond zich een gouden kroon, terwijl zijn rechterhand den schepter hield. Het praalbed was omgeven van zijne zonen en zijne talrijke verwanten; op hen volgden de trawanten, de Thracische schaar, dan de Germanen en eindelijk de Galatiërs (of Galliërs): allen in krijgsdos. Vooraan ging het overige leger, door zijne aanvoerders en hoofdlieden aangevoerd, allen in volle wapenrusting, gevolgd door 500 slaven en vrijgelatenen, specerijen dragende. Het lijk werd 200 stadiën ver naar Herodium gedragen, waar het overeenkomstig het bevel van Herodes begraven werd" (vertaling Terwogt). Wanneer men aanneemt, dat veel van wat hier wordt medegedragen, in of op het graf van Herodes werd gesteld, dat ook in Oorl. 2 : 1 1 met sirnx^m stt'ixtiv 7to>.vts>.^ op de spijziging van de schim van Ilerodes door Archelaüs wordt gedoeld, dan kan het niet verwonderen, dat de schrijver in hetzelfde vers de opmerking maakt, dat ..deze gewoonte bij vele Joden een oorzaak is van gebrek" ')•

') Men vergelijke hiermede Moëd Ka ton 27b. Wij lezen daar (vertaling van L. Goldschmidt): „Anfangs war das Hinausführen des Leichnams (non nKjfin Hjvn Friedlander, Gesch.

d. jiid. Apologetik 1903 S. 173 vertaalt meer vrij : „die Auslagen für die Todtenbestattung . . ..") für die Verwandten beschwerlicher als sein

Sluiten