Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ook uit het vasten, want de onthouding moet in acht genomen worden (niet zoozeer voor. als) gedurende het rechtsgeding. I)e rechters zoowel als degenen, die het vonnis voltrekken, zijn als t ware in heiligen toestand en worden geacht voor Jahwe te handelen. Hun vasten is dus onthouding in heiligen toestand, evenals in 1 Sam. 11. Ook hier mag niet gedacht worden aan verootmoediging in den eigenlijken zin des woords, veeleer is niet-eten zonder bijgedachte Jahwe welgevallig.

Een eenigszins ander karakter vertoont het vasten in vs. 27 van hetzelfde hoofdstuk. Na den gerechtelijken moord van Nabotli heeft Achab den wijngaard in bezit genomen. Al spoedig \ erschijnt Elia voor den koning. Jahwe heeft hem gezonden mei deze boodschap: ,.Ilebt gij doodslag begaan en u tevens verrijkt? Daarom, ter plaatse waar de honden het bloed van Naboth hebben gelekt, zullen zij ook het uwe lekken. En voorts: „Zie, ik ga onheil over u brengen, ik zal u wegvagen, enz. En Achab, zoodra hij deze strafaankondigende woorden hoort, scheurt zijne kleederen, doet een rouwkleed om het lijf, vast, legt zich in het rouwkleed te slapen en loopt zachtkens, vs. 27. En daarop komt het woord van Jahwe tot Elia: „Hebt gij gezien, dat Achab zich voor mij heeft verootmoedigd? Omdat hij zich voor mij verootmoedigd heeft, zal ik het onheil niet in zijne dagen brengen", maar in de dagen van zijn zoon.

Uit het verband blijkt duidelijk, dat de verschillende handelingen (rouwgebruiken), waaronder ook het vasten, de rechtstreeksche weerslag van de zijde van Achab zijn op de door Elia aangekondigde straffen, 's Konings houding na de woorden van Elia moet dus niet zóó opgevat worden, alsof de verschillende handelingen, door hem verricht, teekenen zijn van (be)rouw over het gepleegde kwaad. Die indruk zou allicht gewekt kunnen worden door vs. 29, waar Jahwe zegt: „Ilebt gij gezien, dat Achab zieli voor mij heeft verootmoedigd (y;;;)?''

Sluiten