Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijn inzien vasten onvoorwaardelijk afkeurt. Maar evenals het eten en drinken den Joden zelf en niet Jahwe aangaat, zoo ook het vasten. Onthouding van voedsel op zich zelf is hem onverschillig. Hij verlangt van zijn volk de beoefening van zedelijke geboden. In zooverre stelt zich de profeet op het standpunt van Jer. 14 en Jes. 58, waarnaar hij 'ook schijnt te verwijzen (Tv). Het is evenwel van belang niet uit het oog te verliezen, dat de profeet 's volks vraag feitelijk onbeantwoord laat, maar wil te kennen geven, dat het in de rechte verhouding van de Joden tot Jahwe niet aankomt enkel op rouw bedrijven en vasten, maar vóór alles op het doen van zijn wil. l)e godspraak van Zacharja, het mag niet ontkend worden, kon aanleiding geven te gelooven, dat Jahwe in 't geheel niet van vasten gediend was. Toch volgt dit niet uit het antwoord van den profeet, gelijk dan ook zoo vóór als na hem de Israëliet heeft gevast. Ook Zach. 8 : 19 is niet in strijd met dit oordeel, want de aankondiging. dat Jahwe de vastendagen in vreugde en blijdschap zal doen verkeeren, slaat niet op het vasten op zich zelf, maar heeft betrekking op bepaalde dagen van rouw. Maar hiermede wordt een punt aangeroerd, dat meer uitvoerige

bespreking vereischt.

Wanneer 7 : 3 orakel gevraagd wordt over het rouwen in de ">de maand, de profeet in zijn antwoord ook een vasten in de 7de maand betrekt, terwijl 8 : 19 behalve de genoemde nog vastendagen in de 4de en 10de maand vermeldt, dan is het buiten twijfel, dat sprake is van vier in verschillende maanden vallende jaarlijks terugkeerende vasten- of rouwdagen. En met reden rijst de vraag, waarom bedoelde dagen in rouw en vasten werden doorgebracht. De meest gangbare vérklaring gaat uit van de onderstelling, dat men in de genoemde maanden heeft gevast voor Jahwe en legt verband tussclien deze rouwdagen en de rampen, die kort te voren staat en stad hadden getroffen. In de lüde maand begon de

Sluiten