Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de vastendagen in feesttijden te zullen veranderen, maakt eigenlijk de opvatting al onmogelijk, dat de daar bedoelde rouwtijd in onmiddellijk verband staat met de rampen van + 586. Immers rouwdagen afschaffen gaat, maar rouwdagen, door zulk een treurige aanleiding in het leven geroepen, tot feestdagen maken is op zijn minst zonderling. Want zou Zacharja in ernst hebben kunnen wenschen, dat men zich op die ongeluksdagen ging verblijden? Maar dan heeft hij niet op het oog vastendagen, ingesteld ter herdenking van de groote catastrophen, die Israël nog zoo kort geleden getroffen hadden.

Hiermede is de traditioneele opvatting van Zach. 7 en 8 niet weerlegd. Want het latere Jodendom kent o. m. de vastendagen 3 Tischri wegens den moord op Gedalja, 10 Tebeth wegens het begin van de belegering van Jerusalem, 17 Tammuz wegens de inname van de stad en 9 Ab wegens den tempelbrand. Wanneer de hier bijgevoegde historische motiveering op goede gronden rust, en de vastendagen vanouds om genoemde redenen zijn in acht genomen, dan moet ook alle twijfel verdwijnen, of wel de Zach. 7 en 8 vermelde vasten doelen op dezelfde gebeurtenissen. Maar die motiveering laat juist te wenschen over. Doch zie daarover verder beneden onder de vastentijden.

Esra 8 : 21 luidt: ,,Nu kondigde ik daar, aan de rivier de Ahawa, een vasten (cis) ai', opdat wij ons zouden verootmoedigen (nuynnS) voor onzen god, om van hem af tebidden een voorspoedige reis voor ons, onze kinderen en al onze have." En vs. 23: „Zoo vastten wij en baden onzen god hierom en hij liet zich door ons verbidden." De voorwaarde voor Jahwe's bereidvaardigheid om te helpen is de individueele begeerte van den mensch om God te zoeken, want Jahwe's „hand is zegenend over allen, die hem zoeken, maar zijn macht en zijn toorn zijn tegen allen, die hem verzaken,'

Sluiten