Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zelf. liet niet-eten tot den avond (biï), geldt als .Taliwe welgevallig. In verband niet de onzekerheid of de pericope, waarin hier het vasten voorkomt, tot het vóór- dan wel naexilisch gedeelte van Richt. 19—21 behoort, is het moeilijk uit te maken, oi liet hier voorkomende vasten in beteekenis overeenstemt b.v. met de onthouding van het volk in Jer. 14 : 12, dan wel of het vasten der verzamelde Israëlieten als een verdienstelijk werk moet worden aangemerkt.

1 Sain. 7 : (i. Samuel belooft Jahwe s hulp tegen de Filistijnen. wanneer de Israëlieten zich van ganscher harte bekeeren tot Jahwe, mitsdien de vreemde goden, de baals eu astarte s uit hun midden wegdoen. Zij geven gevolg aan de vermaning en doen wat Samuel wenscht. Daarop verzamelt hij het gansche volk te Mispa, om voor hen tot Jahwe te bidden. „En zij verzamelden zich te Mispa, schepten water, goten dat voor Jahwe's aangezicht uit, vastten te dien dage en zeiden: Wij hebben tegen Jahwe gezondigd. En Samuel sprak recht over de Israëlieten te Mispa," vs. 5, 6.

Wij hebben hier twee dingen te onderscheiden. Vooreerst de reiniging van zonden. Hiertoe moet gerekend worden liet wegdoen der vreemde goden, der baals en astarte's, als ook de rechtspraak. In de tweede plaats het zich richten tot Jahwe met vasten en belijdenis van zonde. Het vasten heeft dus niet zoozeer reinigende als wel heiligende kracht, is dan niet een blijk van rouw over de bedreven zonden, maar een teeken van verootmoediging voor .Jahwe. Al hangen de reiniging van zonden en het herstel van de ware verhouding tot Jahwe ten nauwste met elkaar samen, het onderscheid mag niet uit het oog worden verloren.

Het hier voorkomende vasten heeft een anderen zin dan in 1 Kon. 21 : !). 12. In 1 Kon. 21 bestaat nauw verband tusschen vasten en rechtspraak, hier niet. Daar onthoudt men zich om de wille van de heilige rechtspraak, zoodat het

12

Sluiten