is toegevoegd aan uw favorieten.

Het vasten bij Israël

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aangekondigde gericht. De vastdag zal zijn een algemeene verootmoediging voor Jahwe: de onthouding, het weenen, enz. moeten dienen Jahwe s erbarmen te wekken, zijn gunst weder te winnen, om zóó bij het komende gericht gered te worden. Het behoeft geen betoog, dat van die verootmoediging niet het vasten, enz. liet wezenlijke bestanddeel vormt. Te recht merkt Nowack (comm. KI. Prol', t. p.) op, dat hot gebed van priesters en volk door de uitgeroepen vasten ,,unterstützt werden soll." Het gebed, maar vooral ,,de bekeering van harte," ,.het scheuren van het hart en niet van de kleederen ' (2 : 12. 13^ belooft de gewenschte uitwerking. Vasten, geween, rouwbedrijf, enz. zijn geen wezenlijke, maar bijkomstige handelingen. Toch maakt ook het vasten van den boetedag mede deel uit van de bekeering tot Jahwe. Het vasten o. a. ontleent dus zijn beteekenis en dankt zijn goede uitwerking aan de stemming, waarin men den vastdag houdt. De onthouding moet zinnebeeldige uitdrukking zijn van toewijding aan Jahwe.

Zeer juist merkt Nowack op, dat een belangrijk verschil tusschen Joël en de oudere profeten zich hierin openbaart, dat de eerste den priester op den voorgrond plaatst en tot vasten opwekt, wat de profeten der 8ste en 7de eeuw niet doen. Onjuist evenwel zou de voorstelling worden, wanneer wij Nowack s opmerking, dat vasten en rouwklacht voor de oudere profeten „bedeutungslose Momente" waren, in dier voege uitlegden, dat zij uit waren op afschaffing dezer handelingen. De waarheid is deze, dat de oudere profeten gestreden hebben tegen overschatting van cultus en ritus, wat den schijn moest geven, alsof zij ijverden tegen al wat tot den cultus behoorde. Daar het hun vóór alles aankwam op betrachting van recht en gerechtigheid en zij in plaats daarvan bij het volk hoogschatting van den cultus vonden, werden zij gedreven tot eenzijdige prediking. Daarom spraken zij over wat zij niet vonden: betrachting van recht en zede-