Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

rijke schrede voorwaarts in de ontwikkeling van het vasten. Waarom zal beneden bij de beschrijving van die ontwikkeling blijken.

Hiermede is de behandeling der Oud-Testamentische voorbeelden ten einde gebracht. Thans volge de bespreking der teksten uit Apocryphen en Pseudepigraphen.

§ 2. Bespreking der teksten uit de Apocryphen en Pseudepigraphen.

In de eerstvolgende voorbeelden heeft het vasten nagenoeg denzelfden zin.

Toen in de dagen der geloofsvervolging onder Antiochus Epiphanes na de nederlagen van Apollonius en Seron, hun door J udas Maccabi toegebracht, opnieuw een sterk leger onder bevel van Lysias in aantocht was, kwamen de Joden te Mispa bijeen, vastten aldaar, trokken rouwkleederen aan, strooiden ascli op 't hoofd, scheurden hunne kleederen, enz. en smeekten den God des hemels 0111 hulp en uitredding (1 Macc. 3 : 47, 50 v.).

De rouwgebruiken hebben hier alle dezelfde beteekenis. Hunne waarde is echter niet volstrekt. Onthouding op zich zelf heeft geen wezenlijke beteekenis. Deze ligt veeleer in de verootmoediging zelf, in de stemming, waarin men verkeert en die zich uitspreekt in een gebed. Hoewel vasten dus slechts beteekenis heeft als teeken van verootmoediging, is het toch blijkbaar, evenals de andere handelingen, onmisbaar teeken.

Evenzoo moet de ritus in 2 Macc. 13 : 12 beoordeeld worden. Kort vóór het gevecht met Antiochus Eupator richt Judas c.s. zijn gebed tot den barmhartigen God; zij weenen en vasten, 3 dagen lang. Ook hier komt aan de onthouding slechts betrekkelijke beteekenis toe. Het vasten, en zoo mede

Sluiten