Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

god verlangt. "Wie zich beijvert de wettelijke voorschriften tot in bizonderheden 11a te komen, is Jahwe's gunsteling. Wel is in de Thora slechts voor den Verzoendag vasten uitdrukkelijk voorgeschreven, maar het maakt toch van de latere Farizeesche vroomheid een belangrijk bestanddeel uit. In tegenstelling met de ervaring van den Psalmist is Judith, hoe meer zij vast, des te zekerder van het welbehagen en gunstbetoon van haar god.

Zie over dezen tekst verder onder de vastentijden, blz. 285v.

Baruch 1 : 5 geeft geen aanleiding tot bizondere opmerkingen. Evenmin Test. (12 Patr.) 12 : 1.

Toen Baruch in Rabel ten aanlioore van Jechonja en anderen het verhaal van de verwoesting van Jerusalem had voorgelezen, weenden de aanwezigen, „vastten en baden tot den Heer." Vasten en bidden staan hier in onmiddellijken samenhang, geschieden voor de godheid, zijn middelen hare gunst te winnen. De onthouding dient tot ondersteuning van het gebed en heeft slechts als zoodanig waarde.

Op dezelfde wijze moet beoordeeld worden Test. 12 : 1, waar Rachel al vastende tot den Heer bidt.

Van meer gewicht is Sirach 31 : 30, 31. „Wie zich wascht, als hij een doode heeft aangeraakt {(Zukti^Óiasvoc Sltto vixpoü) en hem weder aanraakt, wat baat hem zijn wasschen i Alzoo is de mensch, die voor zijne zonden vast (v/,ttsvw mi tüv xfixprtciv x-jtü) en heengaat en hetzelfde doet. Wie zal diens gebed verhooren, en wat baat hem zijn vasten (t)

A;wev sv tc? TxiretvxSijvM x-jtov) ?"

De vergelijking stelt duidelijk in het licht, welke opvatting van vasten hier bestreden wordt. J. Sirach geeft toe, dat, evenals het water den mensch van ritueele onreinheid zuivert. zoo ook vasten 's menschen zondeschuld delgt. Intusschen verzet hij zich ten stelligste tegen de meening, dat

Sluiten