Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Opmerkelijk is Ps. Salomo 3:8, 9, waar gezegd wordt, dat de rechtvaardige zonde, in onwetendheid begaan, te niet doet met vasten (s!;iXx<txto xepi xyvctxi h r/^reix) ; dat hij daarvoor zich verootmoedigt (rxxetvufei r. \p. xvrcv). Evenals in Siraeh 31 (34): 30, 31 heeft het vasten zondedelgende kracht. Het bizondere van deze uitspraak is, dat vasten beschouwd wordt als zoenmiddel tot delging van onbewust gewerkte zonde.

Weer een gansch ander karakter vertoont liet vasten in IV Esra 5 : 13; 6 : 31. IV Esra is een apocalypse. De inhoud van dit boek in zijn oorspronkelijken vorm (hfst. 3—14) bestaat uit zeven visioenen. In het 30ste jaar na de verwoesting van Jerusalem bevindt Esra zich te Babyion. Hij bidt tot God en klaagt over het treurig lot van Israël en den voorspoed der heidenen. De engel Uriël komt hem inlichten. Deze deelt hem mede, dat de tijd van lijden voor Israël moest komen, maar dat het einde daarvan nadert. Bepaalde teekenen zullen dat einde aankondigen. „Haec signa dicere tibi permissum est mihi, et si oraveris iterum et ploraveris, sicut et nunc, et jejunaveris septem diebus, audies iterato horum

maiora (5 : 13)." wanneer gij andermaal bidt en gelijk

heden weent en zeven dagen vast, zult gij opnieuw dingen vernemen, grooter dan deze." Dit woord vormt het slot van Esra's eerste visioen; het behelst tevens de aankondiging van het tweede. Wanneer dit tweede gezicht ten einde is, volgt: ,,Si ergo iterum rogaveris et iterum jejunaveris septem diebus, iterum tibi renuntiabo horum maiora per diem quoniam audivi." Gelijk men ziet, luidt deze belofte van een derde visioen (dat ook onmiddellijk volgt) nagenoeg als de bovenstaande. Dat Esra beide malen uitvoering geeft aan de aansporing tot vasten, blijkt uit 5 : 19, 20; 6 : 35, 36.

Men heeft liet hier vermelde vasten genoemd voorbereiding tot de ontvangst van goddelijke openbaringen (o. a. E.

Sluiten