Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van het hoofd of het gelaat, omdat de l>ab. Gemara, Moed Katön, 27h. iets dergelijks schijnt te bedoelen. Men kan daar lezen (vert. L. Goldschmidt): „Anfangs pflegte man die Gesichter der Reichen frei zu lassen und die Gesichter der Armen zu bedecken. weil ihre Gesichter vor Hunger scbwarz waren: da aber die Armen dadurch beschamt wurden, ordnete man an. dasz man jedem das Gesicht bedecke wegen der Aehtung der Armen. Doch in elk geval mag men aannemen, dat degenen, die een eenigszins gestrenge vasten bielden. in bun gelaat er slordig en vuil uitzagen, niet slechts ten gevolge van bet strooien van stof (aarde) op bet hoofd, maar ook. omdat, indien behalve vasten nog ander rouwbedrijf plaats had, wasschen en zalven niet geoorloofd waren. Dit laatste blijkt niet alleen uit de tegenstelling Matth. 6 : 17, maar ook uit M. Taan. 1 : 4—7; T. Taan. 1 : 5v.; M. Joma 8:1; T. J. Kipp. 5 : 1 e. a.

Gaat het vasten niet altijd gepaard met het volbrengen van andere rouwgebruiken, bet ,.onkenbaar maken van bet gelaat" geldt als bewijs, hier althans, dat men vastx). Over de vraag op welke vastdagen gedoeld kan zijn vg. blz. 282. In Mattli. 6 : 16 is de voorstelling aanwezig, dat de Farizeën prat gaan op hunne veelvuldige gestrenge onthouding. Naar het oordeel van Jezus is hun vasten niet de uitdrukking van wezenlijken ootmoed, maar is hunne onthouding uiterlijk vertoon voor de menschen, zeer zeker, opdat men hen zal houden voor bizonder godsdienstige lieden. Hieruit moet worden afgeleid, dat deze ,.geveinsden" reeds de daad voldoende achtten. Er blijkt uit (gelijk uit Luc. 18 : 12: ..Ik vast tweemaal per week"), dat men de mechanische verrich-

') T. Taanith 4 : 11 zegt R. Ismaël, zoon van R. José, die het had van zijn vader: „Telkens wanneer men mag eten, mag men ook gelaat, handen en voeten wasschen", m. a. w. wanneer iemand zich niet wascht, dan kan men er zeker van zijn, dat hij vast.

Sluiten