Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lijk. Het vasten is godsdienstige handeling, richt zich tot God en belooft van Hein heil. .Jezus is de Christus. Zoolang hij aanwezig is, heeft vasten geen zin, want hij is zelf het heil. Maar zoodra hij zal zijn heengegaan, zal men weder vasten. Niet ten teeken van rouw over zijn dood, maar tot ondersteuning van het gebed 0111 geestelijk welzijn.

In lijnrechte tegenspraak met vs. 15 (,, dan zullen zij

vasten1') schijnen de volgende verzen te loeren, dat elk vasten afgedaan heeft. In de uitspraken over den ongevolden lap op een oud kleed en den jongen wijn in oude zakken wordt het blijkbaar „verkeerd genoemd om versleten gebruiken als de vasten in stand te houden" '). Indien dit de juiste interpretatie is, dan is de zin gelijk aan die van vs. 15, waar Jezus het vasten voor zich en de zijnen, zoolang hij aanwezig is, verwerpt, maar in strijd met de verklaring, dat men na zijn dood zal vasten. Indien het punt van vergelijking is het oude vastengebruik en het nieuwe evangelie, dan leeren beide beelden de onvereenigbaarheid dier twee dingen. Aan het oude vastengebruik en het nieuwe evangelie beide vasthouden moet volgens het beeld van den ongevolden lap leiden tot schade van het eerste, volgens dat van den nieuwen wijn ook tot nadeel voor het evangelie. Maar bij de tweede vergelijking heet het bovendien nog: „men doet jongen wijn in nieuwe zakken en beide blijven bewaard." Zoo wij reolit hebben de vergelijking in hare consequentie te nemen, dan blijkt vooreerst, dat het oude, d. i. Joodsche vasten niet vereenigd moet worden met het nieuwe evangelie. Maar wat hebben wij te denken van de nieuwe zakken, waarin de jonge wijn zal geborgen wordend Wanneer men meent, dat het vasten quatalis wordt veroordeeld, moet men denken, dat het „bergen van jongen wijn in nieuwe zakken" slechts tot het

') C. E. H o o y k a a s, Oud-Christelijke Ascese, blz. 39.

Sluiten