Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den sabbath, M. Taan. 4 : 7. Sommige .Joden bereiden zieli reeds van 1 Ab af vóór op den Oden. *) Het komt voor, dat men vast van 17 Tammuz tot 0 Ab, telkens tot zonsondergang. 2)

Een en ander is dunkt ons voldoende om de overtuiging ingang te doen vinden, dat wij bier niet te doen bebben met op zich zelf staande vastendagen, maar met een rouw- en vastentijd, loopende van 17 Tammuz tot 9 Ab. Ook door de •loden worden de drie weken tussclien de beide genoemde datums als één rouwtijd beschouwd, dien zij óf den tijd ,,tusschen de engten" (ciVDH |<3, ontleend aan Klaagl. 1 : 3), óf „de dagen der benauwdheid" (spyi por, Echa R. op Klaagl. 1 : 3) noemen. Tot zoover de belangrijkste gegevens aangaande de vier vastendagen.

§ 3. Verklaring der beschreven vastendagen door M. Th. Houtsma.

Thans hebben wij melding te maken van de meening van Prof. Houtsma3) omtrent de vermoedelijk oorspronkelijke beteekenis dier vastentijden. Dit is geen lichte taak. Men moet het overigens zeer lezenswaardige opstel van Dr. H. in zijn geheel doorlezen om zich een oordeel te kunnen vormen over de waarde der voorgedragen hypothese. Het in kort bestek samenvatten van een uitvoerig betoog, waarin de kleinste bizonderheden van gewicht zijn, doet allicht afbreuk aan de waarde van bet voorgedragene, omdat

') Schulchan Aruch, Uebers Löwe, I2 S 117.

*) Aangeh. w S. 121.

*> Over de Israëlietische vastendagen, Versl. en Meded Kon Akad. v. W Lett., 4Je reeks, 2' deel, 1898, blz. 3 — 29. Vg de beoordeeling door J. J. P. Valeton, Jr.: Iets over de Isr. vastendagen, Theol. T. 35, 1901, blz. 521 v. en het antwoord daarop : Nog eenmaal de Isr. vastendagen, Theol. T. 36, 1902, blz. 334 v.

Sluiten