Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bij liet Mohaminedaansche pelgrimsfeest, op den lOden van Bsu '1-Hidjdja plaats heeft, welke maand beantwoordt aan de Hebr. Tischri, zoo Ramadhan overeenkomt metTammuz. De Mohaminedaansche en Israëlietische feestviering vertoonen meer punten van overeenkomst, maar de parallel wordt niet uitgewerkt, omdat beide ons slechts bekend zijn uit een tijd, waarin de eerste door den Islam, de Kanaanietische door het Jahwisme reeds grondig waren hervormd. „Buitendien bestond van ouds een diepgaand verschil tusschen de feestviering van de akkerbouwende Kanaiinieten en de nomadische Arabieren." Men nieene niet, dat daardoor alle recht tot vergelijking verdwijnt, want ,,ter laatster instantie hangen alle periodieke feesten met astronomische verschijnselen samen. E>e Israëlietische rouwfeesten van Tammuz en Tebeth vallen samen met den zomer- en winterzonnestilstand, dat van Tischri niet de herfstdag- en nachtevening, gelijk die van de lente gekenmerkt wordt door liet groote Paasclifeest." Bovendien hangt de nadere bepaling van den feestdag nog af van andere omstandigheden, b.v. de schijngestalten van de maan. Het kan niet toevallig zijn, dat de Israëlietische rouwdagen steeds om en bij den lOden der maand vallen, of dat Paschen, Loofhutten, Purim steeds met volle maan samengaan." Tot zoover de meening van prof. Houtsma.

Wie onbevooroordeeld de voorgedragen hypothese aan de gegevens toetst, zal haar. althans in hoofdzaak, aannemelijk kunnen achten. Onze kritiek zal zich daarom bepalen tot eenige opmerkingen over een punt van ondergeschikt belang.

Een voorloopig onderzoek had aan het licht gebracht, dat men in plaats van aan vier of vijf geïsoleerde gedenkdagen moest denken aan drie jaarlijksche rouwtijden van resp. drie dagen, een week en een maand. Onmiddellijk daarop wordt herinnerd, dat „drie dagen, eene week en eene maand juist de officieele termijnen voor den rouw over een doode zijn," blz. 11. l>e gevolgde orde van behandeling der stof doet het

Sluiten