Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eigen goedvinden door den enkeling zich zeiven op willekeurigen tijd opgelegd. Immers de Meg. Taanith verbiedt private vasten op 12, 13, 14 en 15 Adar en bovendien rouwbedrijf op de beide laatstgenoemde purimdagen. Hetzij men dus denkt aan vasten vóór Purim op den synagogedag, of aan onthouding op het feest zelf. van private vasten kan hier geen sprake zijn. En bovendien, welke reden of aanleiding was er, in dit verband daarvan te gewagen? Het spreekt dan ook van zelf, dat de Rabbijnen, die meenden dat private rouw en vasten bedoeld waren, voor een onoplosbare moeilijkheid stonden. De over dit punt gevoerde discussie eindigt met de verklaring, dat alleen op den 12den Adar rouwbedrijf en vasten mag voorkomen. Wel is 12 Adar een feestdag, de dag van Trajanus, maar die heet opgeheven, Taan. 18b, vg. jer. Taan. 2 : 13. Dat M. Meg. 1 : 3 het oog heeft op algemeene vasten, wordt bevestigd door het aangehaalde uit de Tosefta, waar gezegd wordt, dat in Adar vasten gebruikelijk is, wat moeilijk op private onthouding kan slaan.

Hoewel algemeene vastdagen de feestdagen der vastenrol verdringen (blz. 280v.) en men dus zou kunnen denken aan \ astdagen naar aanleiding van toevallige gebeurtenissen opgelegd. is het wel zeker, dat hier op een vastentijd wordt gedoeld. welke op een bepaalden tijd terugkeert. Als zoodanig kunnen bij de verklaring van M. Meg. 1 : 3 en T. Meg. 1 : 6 slechts in aanmerking komen het vasten op den 2den en 5den weekdag of de onderstelde onthouding op Purim.

In § i, blz. 267v., is aangetoond, dat de vasten der beide weekdagen eigenlijk geen private onthouding is, maar, hoewel niet door allen in acht genomen, oorspronkelijk een algemeene vasten is. Vooral na de verwoesting van den tempel werd het gebruikelijk, dat de vromen zich bij gelofte verbonden. gedurende langeren of korteren tijd op Maandag en Donderdag te zullen vasten. Daar deze vasten in oorsprong

Sluiten