Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

private vasten zonder aanleiding werden gehouden, zijn wij evenwel niet op liet getuigenis van T. Taan. 2 : 4 aangewezen.

In de gelijkenis van den Farizeër en den- tollenaar verklaart de eerste van zicli zelf voor God: „Ik vast tweemaal per week (mrrevai 5/,- tc~j <tx(3(3cctov), Luc. 18 : 12. Langen tijd is de voorstelling gehuldigd, dat alle Farizeërs gedurende liet gansche jaar twee dagen in de week hebben gevast.

In de eerste plaats is van een dergelijke verplichting nergens sprake. Ten tweede is deze meening ook op zich zelf genomen onwaarschijnlijk, omdat de Farizeërs geen gesloten stand vormden, terwijl eindelijk onlangs door E. Schürer1) op het onjuiste der opvatting is gewezen, omdat Taan. 12a deze zinsnede voorkomt: „De enkeling, die het op zich neemt | te vasten] den 2den, den oden en den 2den dag gedurende het gansche jaar (njc?n ^2 Sp' Wi 'ü'oni 'JBM'S? ^3'ptfTri') • • • waaruit dus duidelijk blijkt, dat niet alle. maar sommige Farizeërs des Maandags en des Donderdags vastten. Toch zou men de beteekenis der vasten op deze weekdagen miskennen, indien men op grond van dezen talmudischen tekst meende slechts te moeten denken aan bij gelofte opgelegde vasten. Vg. de volgende §.

Werd op den 2den en 5den dag niet door allen gevast, dat dit niettemin een veelvuldig voorkomend gebruik bij de Joden was. getuigen wel de volgende teksten. Men ziet daaruit tevens, dat de gewoonte, hoewel op andere dagen (en in gewijzigden vorm), ook Dij de Christenen is in stand gebleven. In de Didache der 12 Apostelen 8:1 staat: „Alle-^rslxt

'jficcv [/,'/, t7* k7xv [/*gtx tocv 'jttc/cpitw ts'jc'jtl yxp jt£fx

itx@(3xtcov y.xi tre[a7ttifi' •jj/.sfc Se •j^t~sv7xts TSTpx^x zxt Trxpxc/.euyiy. Het eerste deel der zin ook woordelijk Const. Apost. 7 : 23, waar het verder luidt: . . -jpeïs 3f g rxc tsvtc vwtsótxts

') Gesch. d. Jüd. Volkes3 II 1898 S. 490

Sluiten