Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

r

In een opstel over den 2den en 5den weekdag, waarin overigens voor ons doel niets belangrijks voorkomt, wijst Brüll er op [), dat het onderscheid tussclien geluks- en ongeluksdagen in de geheele oudheid bekend is. Getuige de uitdrukking jöm tób heeft ook Israël een dergelijk onderscheid voorgestaan. Doch het argument, waarmede Brüll wil aantoonen, dat de 2de dag der week een ongeluksdag was, is wel aardig gevonden, maar heeft als argument geen waarde. Hij wijst er op, dat. terwijl in het verhaal van de schepping bij alle dagen overigens het aiü >2 voorkomt, dit bij de vermelding van het scheppingswerk op den 2den dag ontbreekt. Maar waarom staat het 3iu '2 dan wel bij den 5den dag der schepping?

Toch zou men in de tweede plaats den oorsprong der weekdagen als vastentijden in de aangegeven richting kunnen zoeken. Waren geluksdagen zulke, waarop men veilig een verre reis ondernemen, met de uitvoering van belangrijke werken aanvangen kon, enz., omdat de godheid gunstig gestemd was, ongeluksdagen waren omgekeerd niet noodzakelijk dagen, waarop ongelukken gebéurden of moésten gebeuren. maar zoodanige, die den menscli noodlottig konden worden. Want door nauwgezette betrachting van de voor zulke dagen geldende voorzorgsmaatregelen kon men zelfs een ongeluksdag doen verkeeren in een geluksdag. Een dag van dergelijk twijfelachtig karakter was b.v. de Verzoendag en wellicht ook oudtijds de sabbath2). Met welk een angstvallige zorg omgaf men den hoogepriester, opdat hij maar in staat zou zijn zijne plichten op den Verzoendag tot in bizonderheden te vervullen, M. Jonia 1 : lv.; T. J. Kipp. 1 : lv. E11 had hij zijn taak gelukkig volbracht, zoodat men ook van

') Hamagid, 11de jrg. n" 39, blz. 31üv.

4) Vg. over een en ander M. Jastrow, Original character of the Hebrew sabbath, Anier. Journ. of Theol. 1898 II, p. 317v.; 324v.

I

Sluiten