Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zal men begrijpelijk en bijna van zelf sprekend kunnen achten. Daarmede wordt natuurlijk niet beweerd, dat synagogebezoek bij gelegenheid van private vasten verboden was. De uitspraak wordt evenwel duidelijk, wanneer men bedenkt, dat van de drie dagen, waarop de synagogen bezocht werden, Maandag en Donderdag algemeene of gemeentevastdagen waren (T. Taan. 2 : 4) en op sabbath geen vasten mochten plaats hebben, zoodat private onthouding op de overige weekdagen nooit met synagogebezoek samenviel.

Hoewel aangenomen mag worden, dat private vasten niet behoefden saam te gaan met ander rouwbedrijf en dan ook in den regel zonder dat werden betracht (althans in den Rabbijnschen tijd, vroeger minder), heeft men toch de verklaring van T. Taan. 2 : 4, dat „terwijl bij gemeentevasten verboden is: werken, wasschen, zalven, schoenen dragen en bijslaap, dit niet het geval is bij private vasten", lieeft men wellicht dit vers niet zóó te verstaan, dat bij private onthoudingen genoemd rouwbedrijf beslist verboden is, vg. ps. 35 : 13 ; 109 : 24. Gaat met private vasten geen rouwbedrijf gepaard, dan kan de vasten der „geveinsden", die „hun aangezicht onkenbaar maken" en verzuimen zich te wasschen en te zalven (Mattb. 6 : 16v.), geen private onthouding zijn. Men zal daar dan moeten denken aan de gemeentevasten (T. Taan. 2 : 4) op den 2den en 5den weekdag.

Werkelijk moet als algemeene regel worden aangenomen, dat, terwijl bij gemeentevasten de onthouding gewoonlijk reeds den vorigen avond begint en dus 24 uur duurt, private vasten moeten worden betracht van zonsopgang tot zonsondergang, T. Taan. 2 : 4. Als algemeene regel, want evenals met betrekking tot gemeentevasten zich uitzonderingen lieten aanwijzen, zoo zal ook niet elke private onthouding de aangegeven duur hebben gehad. Het staat toch te bezien, of de schrijver van ps. 109 : 24, zoomede .Judith (8 : 6) zich strikt aan den regel hebben gehouden. Doch werd in de aan-

Sluiten