Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niet tegen verzetten, wanneer het geldt personen, die anders op den sabbath geen trek hebben. Een zekere 11. Abun vastte eiken \ rijdag, jer. Taan. 2 : 8. Intussclien hier is geen sprake van vasten uit godsdienstig motief. In jer. Taan. 2 : 10 wordt verhaald, dat R. Zeëra zou gezegd hebben op naam van R. Huna, dat een privaat persoon, die zich zelf een vasten op Vrijdag heeft opgelegd, dien geheelen dag moet vasten. Eindelijk zegl de Tosefta (Taan. 2 : 6) uitdrukkelijk: „Bij sabbatten en feestdagen is het geoorloofd den voorafgaande!! en volgenden dag te vasten. Waarom zijn gene verboden. deze niet"? enz. ; in denzelfden geest Taan. 17b en jer. Taan. 2 : 13. Hot antwoord, dat Tosefta en Geniara op deze vraag geven, is voor ons van geen belang.

Doch al heeft men het vasten op Vrijdag vrijgelaten, er is een strooming geweest, die gekant was tegen vasten op den dag vóór den sabbath. Bezwaren tegen vasten <>p den dag voorafgaande aan een feestdag vernemen wij echter nergens. In overeenstemming hiermede wordt vermeld van Judith (8 : 6), dat zij vastte al de dagen van haar weduwschap, uitgezonderd op sabbath, nieuwemaan, den dag aan deze beide voorafgaande en de feesten en vreugdedagen van het huis Israël. Dat Judith niet vast op een Vrijdag, maar onthouding wel geoorloofd acht op den dag. die voorafgaat aan een feestdag, hangt ongetwijfeld samen met de mindere heiligheid van een feestdag. Een sabbath begint onmiddellijk na afloop van den 6den dag der week, d. i. in de schemering van den vorigen avond. Een volledige vastdag op den 6den beteekent: het eerste maal na de onthouding gebruiken, zoodra de duisternis is ingevallen. Maar dan is het reeds sabbath. Men gaat op die wijze dus vastende den sabbath in, wat niet geoorloofd is, weshalve b.v. een zekere 1?. Aclia op naam van R. Jose b. Chanina uitdrukkelijk verbood op Vrijdag tot de zesde ure te vasten, jer. Taan. 3 : D, en anderen onthouding gedurende den geheelen Vrijdag minder gewenscht

Sluiten